|
SERGE: "IK HEB IEMAND VERMOORD..."
Basisinformatie van de cliënt:
Naam: Serge/ Leeftijd: 32 jaar/ Burgerlijke
staat: ongehuwd/ Beroep: cafébaas/ Hobby's:
darten, kracht- en vechtsporten/ Klachten:
schuldgevoelens/ Gezondheidstoestand:
kerngezond/
Algemeen
Vriendelijke Serge is uit overtuiging ongetrouwd
gebleven, hij houdt namelijk van alle vrouwen.
Als vrijgezel heeft hij het goed naar zijn zin,
hij woont boven zijn kroeg. Cliënt is een
imposante verschijning, met z'n honderd en
twaalf kilo spierbundels en tweemeter vier lange
gestalte heeft hij bijna twee stoelen nodig om
te zitten. Ondanks zijn kleerkastformaat lijkt
het toch iemand die in feite nog geen mug kan
dooddrukken. Zijn jeugd was niet problematisch,
opgegroeid in een arbeiderswijk. Veel op straat,
maar geen echte ongein uithalen. Op wat
onderdelen jatten van bromfietsen na, heeft hij
verder geen criminele wapenfeiten op zijn naam
staan. Zijn vader was ziekelijk. Zodoende had
Serge altijd het gevoel dat hij voor zijn vader,
moeder en jongere broertje moest opkomen. Hij
kon niet tegen onrecht en had in zijn jeugdjaren
al stevige vuisten, die hij gebruikte als het
moest.
Probleemtaxatie
Voor de probleemtaxatie laten we Serge maar zelf
even letterlijk aan het woord komen: "Ik heb
iemand doodgeslagen, vermoord. Ik kan er 's
nachts niet van slapen. Ik drijf uit m'n bed van
het zweet en word steeds gillend wakker".
Aan deze probleemtaxatie hoeft eigenlijk niets
te worden toegevoegd, als gegeven is het vrij
duidelijk. Behalve de nadere
achtergrondinformatie.
Behandelingsplan
Mijn behandelingsplan is eclectisch, alle
ingrediënten gebruiken op therapiegebied, je
fantasie laten gaan. Putten uit humaniteit en
begrip. Een dode is een dode die je toch niet
meer kan laten herleven. De feiten liggen er
naakt en koud bij. Behandelingsplan laten
afhangen van nadere informatie.
Behandeling in de praktijk
Serge: "Eigenlijk heb ik nooit echte problemen
gehad. In mijn café niet, nergens niet. Niet met
geweld of zo, zelf steken of schieten. Tot die
ene keer. Ik praatte alles uit, een beetje
geven, nemen en laten leven. Niet dat ze met mij
geintjes moesten uithalen, maar dat weten ze van
Serge. Het was altijd erg gezellig in mijn café.
Als er belangrijke voetbalwedstrijden waren,
keken we met zijn allen naar de buis. Niks aan
het handje. Tot die ene keer. Op zaterdagavond,
de deur zwaait open, één of andere mafkees met
een zonnebril op gooit de deur open terwijl hij
een blond vrouwtje ruw naar binnen duwt".
Uit het voorgaande blijkt dat Serge op een
prettige en onderhoudende manier kan vertellen.
Je ziet die zonbebrilde mafkees binnen komen...
We laten de gemoedelijke cafébaas ongestoord
zijn hele verhaal vertellen.
Serge: "Maar goed, er zijn wel meer aparte
figuren en mafketels. Man met zonnebril,
vrouwtje met blond haar. Ze gaan aan de bar
zitten en hij bestelt een fles whisky en twee
glazen. Ik vind het allang best. Hij wil de
handel zelf inschenken, ook goed. Het blonde
vrouwtje wil eigenlijk geen drank. Ik probeer
nog bij de zonnebrilgoozer: Als zij niet wil
krijgt ze van mij toch een spaatje. Hij
reageerde agressief, van 'bemoei je met je eigen
zaken'. 'Al goed' zeg ik tegen hem. Het was druk
aan de tap, uit een ooghoek houd ik de knaap in
de gaten. Op een goed moment was driekwart van
de fles leeg en begon de narigheid. Opeens slaat
hij het whiskyglas stuk en duwt het kapotte glas
in de hand van het blonde vrouwtje. Ik zeg tegen
hem 'ben jij belazerd, doe dat buiten'. Ik pak
zijn arm beet, wil de arm omdraaien.
Vliegensvlug grijpt hij in zijn zak en bedreigt
me met een revolver. Ja, daar moet je bij mij
niet mee aankomen. Ik pak hem in een flits bij
zijn kuif en ik geef hem een heis met zijn kop
tegen de bar aan. Ik heb geloof ik wat teveel
kracht gezet. Hij zakte slap als een vaatdoek
van zijn kruk af. De ambulance kwam langs, ze
raapte hem van de grond maar hij was wel mooi
dood. Bloeding in zijn hoofd. Ik ben
veroordeeld, er werden veel verzachtende
omstandigheden aangevoerd. Ik heb in verhouding
heel kort in de bak hoeven zitten. Het is nu al
tien jaar geleden, het lijkt wel of ik
levenslang heb gekregen. Ik droom er iedere
nacht van, het dreigen met de revolver, dat ik
zijn kop stuk sla tegen de bar. Badend in het
zweet word ik 's nachts wakker, ik drijf bijna
m'n bed uit. Overdag gaat het wel. 's Nachts
vreselijk, in mijn bed, je bent een moordenaar,
je bent een moordenaar, ramt het steeds door
mijn kop...".
Na dit hele verhaal, hapt het kolossale lichaam
van Serge naar lucht. Hij lijkt het benauwd te
hebben.
Helpende woorden op zo'n moment richten meestal
toch niets uit. Hij voelt zich immers een
moordenaar. Ik zeg: "Het is erg rottig allemaal.
Ga maar gemakkelijk in de stoel zitten, Serge,
sluit je ogen. Ontspan je zoveel mogelijk en ga
terug naar dat moment in het café. De
zonnebrilknaap, hij houdt de revolver op jou
gericht. Stel je eens voor Serge dat hij zijn
revolver afdrukt terwijl de loop op jou is
gericht...".
Serge: "Ja kom nou, met zo'n zwaar kaliber
schiet hij mijn kop eraf".
"Prima", zeg ik en vervolg: "stel je maar voor
dat hij zijn revolver afdrukt terwijl het op jou
is gericht".
Serge: "Ik zie me vechten als een beest, ik doe
alles om dat te voorkomen. Alle vechttechnieken
gebruik ik nu om dat te voorkomen, ik maak
gehakt van hem".
"Heel goed, doe alle dingen die nodig zijn",
moedig ik Serge aan.
Minuten lang levert hij strijd met de
zonnebrilfiguur.
Serge: "Ik heb gehakt van hem gemaakt. Ik
herinner me opeens dat hij in de gauwigheid twee
schoten heeft gelost. Twee stamgasten hadden
wonderwel alleen een schampschot opgelopen.
Misschien is het wel goed dat ik hem zo hard heb
aangepakt, anders waren er nog meer slachtoffers
gevallen, misschien?"
Bij het woordje "misschien" opent Serge zijn
ogen en begint als een kleine jongen te huilen
en zegt: "Weet je wat zo vreemd is, het leek net
of ik mijn overleden moeder zag. Ze zei tegen me
'Sergetje, je kon niet anders, je hebt mensen
het leven gered'. Is dat nou verbeelding of kan
je echt je moeder zien en horen als je in
hypnose bent?"
"Serge", antwoord ik: "in het binnenwerk van een
mens is een heleboel mogelijk. Je bent bepaald
niet de enige die zoiets ervaart. Niemand kan
het bewijzen of het zo is. Maar zie het als een
mooi geschenk dat je krijgt. Je bloedeigen
moeder die zoiets tegen je zegt 'Sergetje je kon
niet anders, je hebt mensen het leven gered',
prima toch. De vrouw die je onder haar hart
heeft gedragen, als díe zoiets zegt...".
We hebben nog wat nagepraat, heel rustig ging
Serge naar huis. De volgende week had hij maar
twee nachtmerries gehad. De week daarop één. We
hebben de nachtmerriefilm net zolang afgedraaid
tot de te zware lading ervan was verdwenen. En
uiteindelijk is de nachtmerrie uitgedoofd. Serge
woont nu met iemand samen. Vroeger vertelde hij
me geen relatie aan te durven door zijn
nachtmerries. Ze zouden dan misschien denken dat
hij gek is. Met zijn vriendin heeft hij alles
doorgepraat, ze weet alles van hem. Eén en al
opluchting in een aardig mens van tweemetervier!
Naschrift
Zoals de behandeling heeft plaatsgevonden, er
lijkt weinig plaats te zijn voor het geestelijke
aspect. Iemand doden is een verschrikking. Hoe
moet je hiermee verder in religieuze zin,
hiernamaalsgedachten, zuiverheid, schuld? Het
zijn vragen waarmee een mens in het aardse
tranendal meestal niet zo goed uit de voeten
kan. Een eenvoudig man als Serge kan je
natuurlijk van alles gaan aanpraten, nog meer
schuldgevoelens. Je kan dingen bij hem wakker
maken, 'Hoe zou onze Lieve Heer erover denken?
Je hebt een groot karma op je geladen'. Dat is
echter de weg niet.
Op een rechttoe en rechtaan wijze heb ik Serge
proberen te helpen, in de taal die hij verstaat.
Ik heb ook tegen hem gezegd dat hij moet
proberen te achterhalen of "de mafketel met de
zonnebril" een strafblad had. Serge is er hard
achteraan gegaan om deze informatie te
verzamelen. "De man met de zonnebril" blijkt
eerder diverse geweldsmisdrijven gepleegd te
hebben, waarvoor hij bij elkaar jaren in de bak
heeft gezeten. Is betrokken geweest bij diverse
steek- en schietpartijen, waarbij één dode en
diverse gewonden zijn gevallen. Toen Serge deze
informatie had kon hij helemaal niet meer stuk.
Hij was opgelucht tot in het diepst van zijn
ziel, zijn moeder had dus toch gelijk: "Sergetje,
je kon niet anders, je hebt mensen het leven
gered". |