|
Tweegesprek
Johnnie Garnier en Pim Verstraeten
Johnnie: 'Anka
is er ook al mee bezig geweest...'.
Pim: 'Met
wat?'
Johnnie: 'Ze
vroeg een paragnost waar Sadam is'.
Pim: 'Afgezien
van wat die paragnost heeft gezegd, het heeft
niet geholpen... Sadam is niet gevonden. Wat
moet je toch met die waarzeggers. Ga jij ook al
beginnen...?'.
Johnnie:
'Laatst was ik bij een kaartlegster. Volgens de
kaarten zwerft Sadam door de woestijn als een
bedoeïen, woont in tenten en verplaatst zich
onopvallend. Hij heeft inmiddels een baard en is
helemaal grijs. Rond de tenten staan zelfs
kamelen. Drie kamelen is volgens haar het
sleutelbegrip en -woord... Hij bevindt zich in
een straal van 150 kilometer rond Tikrit,
meestal ten zuid-oosten van die stad. En....'.
Pim: 'Schei
toch uit... Wat moeten we met deze informatie
van een zwevende kaartlegster?'
Johnnie: 'Niks
en alles. Volgens mij kon de kaartlegster best
eens gelijk hebben. Maar wat mij het meeste
boeit, het machtigste land van de wereld kan
niet eens een man met grijze baard vinden.
Ondanks bergen geld, superieure techniek en
hoogwaardig opgeleide manschappen. Ze zijn zo
volslagen onmachtig als het er op aan komt... De
kaartlegster heeft alleen haar kaarten en
intuїtie nodig...'.
Pim: 'De
onmacht, daar ben ik het mee eens... De rest van
je verhaal, beschouw ik als prietpraet van een
esoterische zweefmadame....'.
Johnnie: 'De
toekomst zal het uitwijzen, zullen we het daar
op houden Pim?'.
Pim: 'Zo u
wilt... als ik u daar een plezier mee doe'.
|