Blog
Blog - 29 juni 2026
De oplossing voor het kauwgumprobleem…
Nieuwe dingen bedenken vind ik misschien wel het leukste dat er bestaat. En als er niets nieuws te bedenken valt, dan verzin ik gewoon een nieuwe manier om naar oude dingen te kijken.
Laten we eerlijk zijn: écht baanbrekende uitvindingen zijn de laatste decennia schaars. De stofzuiger zuigt nog steeds, de wasmachine draait nog steeds, de fiets heeft nog steeds twee wielen en de auto brengt je - als alles meezit - nog altijd van A naar B. Natuurlijk is internet een revolutie geweest, maar verder valt het met de grote wonderen wel mee.
Dus dacht ik: laat ik mijn uitvindersgeest eens loslaten op een heel aards probleem.
Gemeenten geven jaarlijks vele tienduizenden euro's uit aan het verwijderen van uitgespuugde kauwgom. Iedere stoep lijkt soms wel een openluchtmuseum van vastgetrapte kauwkunst.
Mijn oplossing?
Heel eenvoudig.
Van ieder kauwgumpje dat op straat wordt gevonden, maken we een DNA-profiel. Dat profiel wordt opgeslagen in de nationale DNA-bank 'Semi-Verloren Voorwerpen'. Vervolgens wordt het – uiteraard uiterst vriendelijk - gekoppeld aan de gemeentelijke basisadministratie en, vooruit dan maar, ook gedeeld met politie en justitie. Internationaal samenwerken mag natuurlijk ook; we leven tenslotte in een verbonden wereld.
Wedden dat vanaf dat moment niemand ooit nog zijn kauwgom op straat spuugt?
Sterker nog... mensen gaan waarschijnlijk zó voorzichtig leven dat ze zelfs een niesbui eerst netjes aanvragen bij de gemeente.
Het mooie is: gemeenten besparen een fortuin aan schoonmaakkosten. Dat geld kan vervolgens naar de Voedselbank, een fonds voor mensen die het financieel moeilijk hebben of naar andere nuttige maatschappelijke doelen.
En eerlijk is eerlijk... het blijft natuurlijk een heerlijk idee dat een onschuldig kauwgumpje ineens meer opsporingswaarde krijgt dan een bankoverval.
Gelukkig is dit maar een blog.
Of... zou iemand op een ministerie inmiddels driftig aantekeningen aan het maken zijn? 😉
Vriendelijke groetjes van uw 78 jarige blogger…,
Jan C. van der Heide (graag gespeldt zonder n en zonder lange ij)
&&&&&&&&&&&
28 juni 2026 – Ik moet iets bekennen…
Een blog is misschien wel de mooiste plek die er bestaat voor persoonlijke ontboezemingen.
Al ben ik al meer dan zestig jaar therapeut, coach en begeleider van mensen, uiteindelijk ben ik óók gewoon een mens. Niet beter, niet slechter. Met mijn sterke kanten, mijn eigenaardigheden, mijn verdriet, mijn humor en mijn liefde. Misschien is dat juist wel de reden waarom ik me zo thuis voel tussen de mensen die tegenover mij in de stoel plaatsnemen. We zijn allemaal onderweg. Niemand is af. Gelukkig maar.
Vandaag wil ik iets heel persoonlijks met jullie delen.
Sterker nog... ik schrijf het bijna plechtig.
IK HEB EEN VRIEND...
Ja, ik zie sommige wenkbrauwen al omhooggaan.
Laat ik mogelijke misverstanden meteen uit de wereld helpen. Ik ben altijd een overtuigd heteroman geweest. Mijn overleden vrouw – die in mijn hart nog altijd voortleeft – was voor mij de mooiste vrouw van zowel het westelijke als het oostelijke halfrond. En ook nu voel ik me een gezegend mens met een partner die ontzettend lief, warm en waardevol is.
Maar...
Ik heb dus óók een vriend.
Mijn allerliefste vriend.
Al jarenlang.
Zijn naam is...
GAKJE.
Een gans.
Wie mij een beetje kent, weet dat ik een groot hart heb voor mensen, maar net zo goed voor dieren. Ze vragen niets, spelen geen spelletjes, zijn zichzelf en weten vaak feilloos wat trouw en onvoorwaardelijke vriendschap betekenen.
GAKJE heeft me in de loop der jaren vaker laten glimlachen dan menig mens. Soms zegt een blik, een waggel of een vrolijk gegak meer dan duizend woorden. Misschien zijn dieren daarom zulke bijzondere leermeesters. Ze laten ons zien hoe eenvoudig liefde eigenlijk kan zijn.
Dus ja...
Het hoge woord is eruit.
Ik heb een vriend.
En hij heeft veren.
Dank dat ik dit kleine, persoonlijke geheim met jullie mocht delen.
En... vergeet vooral het filmpje van GAKJE niet te bekijken. Ik beloof je: de kans is groot dat je er net zo om moet glimlachen en blij van wordt... als ik...
Hartelijke groet,
Jan
27 juni 2026
Waarom goede adviezen zo vaak mislukken
Al tientallen jaren zeg ik in mijn praktijk: 'Adviezen zijn er vaak om in de wind te slaan.'
Waarom ik dat zeg? Omdat ik al meer dan 50 jaar mensen begeleid die werkelijk álle goedbedoelde adviezen al hebben gehoord. Van familie, vrienden, collega's, boeken, internet en soms zelfs van volslagen onbekenden.
Als al die adviezen voldoende waren geweest, hadden ze waarschijnlijk niet tegenover mij gezeten.
Betekent dat dat ik nooit een advies geef? Eigenlijk niet.
Ik vertel liever een verhaal. Want een verhaal zet mensen aan het denken, terwijl een advies vaak direct weerstand oproept.
Zo zat er eens een mevrouw tegenover mij. Ze vertelde dat haar man een hardnekkige gewoonte had – eigenlijk een verslaving. Hij rookte ontzettend veel. Ze had hem al honderd keer gevraagd te stoppen. Liefdevol, boos, bezorgd, wanhopig… niets hielp.
De volgende dag kwam haar man bij mij.
Hij ging zitten, glimlachte een beetje en zei:
‘Mijn vrouw heeft me al duizend keer verteld dat ik moet stoppen met roken.’
Ik antwoordde: ‘Dan bent u een geluksvogel.’
Hij keek me verbaasd aan.
‘Hoezo?’
‘De meeste mensen krijgen maar één goed advies. U hebt er al duizend gehad.’
Hij begon te lachen.
‘En...?’ vroeg ik.
‘Ik rook nog steeds.’
‘Precies,’ zei ik. ‘Kennelijk zit het probleem niet in het aantal adviezen.’
En toen besloot ik iets heel onverwachts te doen.
Ik zei: ‘Stel dat u morgen om twaalf uur naar de hemel vertrekt. Welk merk sigaretten zou u dan vandaag nog achter elkaar willen oproken voordat u op reis gaat?’
Hij keek me aan alsof ik zojuist van een andere planeet was geland.
Hij begon wat schaapachtig te lachen. Ik zag aan zijn ogen dat de vraag hem volledig verraste. Niet omdat hij zo moeilijk was, maar omdat hij er geen logisch antwoord op kon geven.
Twee weken later belde zijn vrouw. ‘Jan,’ zei ze, ‘hij is dezelfde dag nog gestopt met roken.’
Waarom?
Omdat verandering zelden begint met een goed advies. Verandering begint op het moment dat iemand zichzelf een vraag stelt waar hij niet meer omheen kan.
Dat is misschien wel de grootste les die ik in ruim vijftig jaar praktijk heb geleerd.
De beste adviezen glijden vaak van mensen af als regendruppels van een paraplu. Maar een onverwachte vraag kan soms precies de deur openen die jarenlang op slot zat...
Tot de volgende keer.
Jan C. van der Heide