WELKOM IN MIJN BLOG

Blog 11 september 2026

Jan C. van der Heide

Doorbreek de stilte - desnoods met oerinstinct

Van de week kreeg ik een vraag van een vrouw die jarenlang door haar man was mishandeld. Geen ruzietjes, geen echtelijke onenigheid die uit de hand liep, maar geweld. Geweld dat, als het noodlot een keer verkeerd had uitgepakt, zomaar femicide had kunnen worden.

Ze vroeg mij: “Wat kun je het beste doen als je man je slaat? Of wanneer je als vrouw van je fiets wordt getrokken en iemand je probeert aan te randen of te verkrachten?”

Dat zijn vragen waarop geen eenvoudig antwoord bestaat. Iedere situatie is anders en veiligheid staat altijd voorop. Wegkomen als dat kan, hulp inschakelen, de politie bellen en anderen opmerkzaam maken op wat er gebeurt.

Laat ik ook iets anders heel duidelijk zeggen: ik houd niet van geweld. Ik verafschuw het. Maar geweldloosheid betekent niet dat een mens verplicht is zich weerloos te laten mishandelen. Wie wordt aangevallen, heeft het recht zijn of haar leven en lichaam maximaal te beschermen en te proberen te ontsnappen.

Daarvoor hoef je niet met een wapen op zak te lopen. Dat kan een situatie juist gevaarlijker maken. Het belangrijkste wapen dat vrijwel ieder mens altijd bij zich draagt, wordt merkwaardig genoeg vaak vergeten.

De stem!

Wij mensen vinden onszelf buitengewoon ontwikkeld. We hebben universiteiten, smartphones en slimme apparaten die ons precies kunnen vertellen hoeveel stappen we vandaag te weinig hebben gezet. Maar soms kunnen we beter eens een uur naar een groep apen kijken.

Niet omdat een aap een gediplomeerd relatietherapeut is - voor zover ik weet heeft nog geen enkele chimpansee zich bij een beroepsvereniging ingeschreven - maar omdat dieren ons iets laten zien wat wij mensen door beschaving soms zijn gaan onderdrukken: het instinct om alarm te slaan.

Wanneer in een groep primaten gevaar wordt waargenomen, kunnen alarmroepen en luid geroep de aandacht van soortgenoten trekken en de groep in beroering brengen. Het gevaar wordt niet beleefd als een keurige privéaangelegenheid waarvoor eerst een afspraak voor volgende week dinsdag wordt gemaakt.

Er gebeurt iets. Dus wordt er alarm geslagen.

Daar zit voor mij een belangrijke les in.

Mishandeling, seksueel geweld en intimidatie hebben namelijk vaak één machtige bondgenoot:

Stilte!

De dader wil geen publiek. Geen buurvrouw die het hoort. Geen voorbijganger die omkijkt. Geen familie die vragen begint te stellen. Geen politie voor de deur. Geen getuigen. Daarom wordt een slachtoffer dikwijls bang gemaakt, geïsoleerd of tot zwijgen gebracht. En precies die stilte moet, waar dat veilig mogelijk is, worden doorbroken.

Roep, gil, krijs om hulp! Maak lawaai. Trek aandacht. Ga naar andere mensen toe als je kunt. Bel 112 wanneer er acuut gevaar is. En als je stem even niet werkt omdat angst je letterlijk verlamt - want ook dát gebeurt - probeer dan op iedere andere mogelijke manier de aandacht te trekken en weg te komen.

Het is belangrijk dat laatste erbij te zeggen. Mensen reageren bij levensgevaar niet allemaal hetzelfde. De een schreeuwt, de ander vecht, een derde vlucht en weer een ander verstijft volkomen. Dat is geen lafheid. Het zenuwstelsel kan in een fractie van een seconde het stuur overnemen.

Daarom moeten we nooit achteraf tegen een slachtoffer zeggen: “Waarom heb je dan niet gegild?”

Dat is helemaal de verkeerde vraag. De juiste vraag is: waarom dacht de dader dat hij het recht had dit een ander mens aan te doen?

Maar wie zich kan voorbereiden, kan wel leren om eerder alarm te slaan. Niet pas wanneer het geweld ondraaglijk is geworden, maar ook daarvoor.

Een vrouw die thuis wordt mishandeld hoeft het geheim van haar mishandelaar niet te bewaken.

Vertel het!

Aan familie. Aan vrienden. Aan de huisarts. Aan buren die je vertrouwt. Aan professionele hulpverlening. Aan de politie wanneer dat nodig is. En desnoods zeg je tijdens een verjaardag, wanneer iedereen net aan de appeltaart zit: “Nu we hier toch allemaal zitten: hij slaat mij.”

Dan zal de slagroom vermoedelijk even halverwege de mond blijven hangen. Maar de stilte is gebroken en doorbroken.

In mijn praktijk heb ik door de jaren heen vrouwen gezien met blauwe ogen, striemen en andere verwondingen. Soms werd er omheen gepraat. Tegen een deur gelopen. Van de trap gevallen. Een ongelukje.

Maar een blauw oog heeft geen behoefte aan een mooi verhaal. Het heeft behoefte aan veiligheid. Daarom geloof ik zo sterk in het zichtbaar maken van geweld.

Niet omdat lawaai een wondermiddel is. Niet omdat schreeuwen in iedere situatie gegarandeerd veilig is. En al helemaal niet omdat de verantwoordelijkheid bij het slachtoffer zou liggen. De verantwoordelijkheid ligt bij degene die slaat, mishandelt, aanrandt of verkracht.

Maar een dader die afhankelijk is van stilte, anonimiteit en angst kan één ding bijzonder slecht gebruiken:

Aandacht!

Misschien zijn wij mensen daarin soms te ver verwijderd geraakt van onze oorsprong. Wij hebben geleerd ons te beheersen, ons netjes te gedragen en vooral geen scène te maken. Maar er bestaan momenten waarop een scène maken precies is wat nodig is. Kijk naar de natuur. Een dier dat ernstig gevaar waarneemt, vraagt zich niet eerst af: “Wat zullen de buren hiervan denken?”

Het reageert.

Wij hoeven geen apen te worden om iets van apen te kunnen leren. Als iemand je bedreigt, probeer jezelf in veiligheid te brengen. Trek aandacht als dat de situatie veiliger maakt. Zoek mensen op. Bel hulp. En wanneer geweld zich thuis herhaalt: maak er geen familiegeheim van. Zoek professionele hulp en maak samen een veiligheidsplan om weg te kunnen komen. Want mishandeling is geen privékwestie zodra de veiligheid van een mens wordt aangetast. Aanranding is geen misverstand. Verkrachting is geen uit de hand gelopen intimiteit. En liefde die met vuisten moet worden afgedwongen, is geen liefde.

Na al die jaren als therapeut ben ik één ding steeds sterker gaan geloven: Geweld houdt van gesloten deuren en gesloten monden. Veiligheid begint vaak met het openen van beide.

En als het werkelijk moet: maak herrie. Daarvoor hoef je je niet te schamen.

Soms is beschaving zacht spreken.

En soms is beschaving ervoor zorgen dat de hele straat hoort dat er iets gebeurt wat absoluut niet door de beugel kan.

Nog een prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

(hypno)therapeut, paragnost & coach

P.S. In mijn jonge jaren heb ik vechttrainingen gehad van een van de beste trainers van die tijd. Hij trainde ook talloze politiemensen. Hij zei altijd tegen mij: “Jantje, vergeet die kruingreep niet. Zelfs een kerel van twee meter kun je daarmee behoorlijk uit zijn evenwicht brengen.” In gewone mensentaal: iemand stevig bij zijn haar pakken. En heeft de aanvaller een kale kop, dan zit er misschien nog een baard aan.

Het klinkt bijna komisch, maar de gedachte erachter is bloedserieus: denk niet bij voorbaat dat je machteloos bent. Wie wordt aangevallen hoeft zich niet keurig aan de etiquette te houden terwijl de aanvaller alle regels van menselijkheid overboord heeft gegooid. Wegkomen is het belangrijkste. Zoals gezegd, gillen en aandacht trekken.  Krabben, bijten of je op een andere manier losmaken kan in een noodsituatie een legaal onderdeel zijn om jezelf in veiligheid te brengen.

En misschien is dát wat mijn trainer mij werkelijk leerde: onderschat nooit je eigen overlevingsinstinct. Angst kan een mens verlammen, maar als je nog kunt handelen, gebruik dan wat je hebt: je stem, je verstand, je lichaam en vooral je wil om te overleven.

Een mens is een beschaafd wezen. Maar als het werkelijk om lijfsbehoud gaat, mag er best even een leeuw wakker worden...

 

Blog 10 september 2026

Jan C. van der Heide

De kunst van het laatste applaus

Lieve bloglezer,

Ik ga nu iets schrijven waar ik eigenlijk niets mee te maken heb. Dat is meestal het ideale vertrekpunt voor een blog.

Toch houdt het mij bezig. Misschien door mijn psychotherapeutische achtergrond, mijn belangstelling voor mensen en mijn fascinatie voor wat aandacht, bewondering en massapsychologie met ons kunnen doen. Maar genoeg gewichtigheid, anders haakt u al af voordat ik begonnen ben.

In mijn leven heb ik veel mensen bewonderd. Van sommige schrijvers ben ik zelfs een beetje groupie - zij het een groupie op leeftijd, met een jas aan en een verstandige sjaal om. Jan Wolkers, Maarten ’t Hart, Gerard Reve, Harry Mulisch, Biesheuvel, Adriaan van Dis, Boudewijn Büch en Multatuli: ze hebben mij allemaal geraakt, ieder op hun eigen manier.

Sommigen heb ik persoonlijk gekend of geïnterviewd. Multatuli niet, voor alle duidelijkheid. Ik ben oud, maar ook weer niet zó oud. Ik meld dit er maar even bij voordat iemand op sociale media onthult dat mijn verhaal “nep” is.

Waar wil ik naartoe?

Als een mens geluk heeft, wordt hij oud. Daar hoef je niets voor te doen; de jaren hebben geen navigatie nodig en vinden je vanzelf. Dat geldt ook voor beroemdheden. Mensen aan wier lippen wij ooit hingen, worden ouder. Hun stem verandert, hun pas vertraagt en hun geheugen neemt soms een zijweg zonder te vertellen wanneer het terugkomt.

Daar is niets beschamends aan. Ouderdom is geen karakterfout en een rimpel geen mislukte verbouwing. Ook iemand van honderd mag op televisie verschijnen, een podcast maken of een zaal toespreken. Graag zelfs, als die persoon daar plezier aan beleeft en nog werkelijk iets wil vertellen.

Maar soms kijk ik naar een optreden en denk ik: doet deze mens dit zelf nog graag, of wil vooral de omgeving nog één keer profiteren van de beroemde naam? Is dit een waardige ontmoeting met een groot artiest, schrijver of presentator - of kijken we eigenlijk naar iemand die tegen zichzelf beschermd had moeten worden?

Beroemdheid kan een merkwaardige verslaving zijn. Applaus is aangenaam spul. Wie er jarenlang dagelijks een flinke dosis van kreeg, stapt niet zomaar over op stilte, kamerplanten en een kopje thee. Dat begrijp ik. Wij willen allemaal gezien blijven worden, ook wanneer het toneeldoek langzaam begint te zakken.

Juist daarom hoop ik dat beroemde mensen iemand naast zich hebben die niet alleen zegt: “Wat was je weer geweldig”, maar ook durft te fluisteren: “Zou je dit wel doen?” Niet om iemand weg te stoppen omdat hij oud is, maar om te voorkomen dat anderen zijn kwetsbaarheid als amusement gebruiken.

Wie werkelijk van iemand houdt, bewaakt niet alleen zijn succes, maar soms ook zijn waardigheid.

Natuurlijk is dat een moeilijk evenwicht. Niemand mag een ander te vroeg uit het leven duwen, alsof ouderdom betekent dat je voortaan achter de vitrage moet zitten. Een mens behoudt zijn eigen wil, zijn stem en het recht om zichtbaar te zijn. Een verspreking, een stilte of een trage gedachte is nog geen decorumverlies. Integendeel: kwetsbaarheid kan ontroerend en zelfs groots zijn.

Maar liefde betekent óók dat je eerlijk durft te zijn wanneer iemand zelf niet meer goed kan overzien hoe hij overkomt. Niet uit schaamte voor die persoon, maar uit bescherming tegen een wereld die alles filmt, uitvergroot en eindeloos herhaalt.

Zelf ben ik geen BN’er. Hooguit een Bekende Oegstgeestenaar met landelijke uitstapjes. Ik ben een eenvoudige therapeut die de afgelopen halve eeuw af en toe in beeld verscheen. Met mijn geliefden heb ik daarom afgesproken: als ik ooit in een camera begin te vertellen dat Napoleon mij persoonlijk om advies heeft gevraagd, haal mij dan vriendelijk uit de uitzending. Leg desnoods een koekje naast de televisie; grote kans dat ik vanzelf de goede kant op loop.

Misschien is dat wel een van de zuiverste vormen van liefde: elkaar ruimte geven zolang het kan, en elkaar beschermen wanneer het moet.

Niet ieder leven hoeft te eindigen met een staande ovatie. Soms is het mooiste laatste applaus juist de liefdevolle stilte van de mensen die je kennen zoals je werkelijk bent.

Dat wilde ik even kwijt.

Nog een prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

 

Blog 5 september 2026

Jan C. van der Heide

EEN PATCHWORK-/BONUSGEZIN: ALLEMAAL ANDERE LAPJES, SAMEN ÉÉN DEKEN

Lieve bloglezers,

Regelmatig krijg ik in mijn praktijk vragen en problemen voorgelegd die te maken hebben met samengestelde gezinnen. Laatst vroeg iemand mij: ‘Jan, hoe denk jij eigenlijk over samengestelde gezinnen?’

Nu heb ik daar geen kant-en-klaar oordeel over. Samengestelde gezinnen bestaan immers in alle soorten, maten en uitvoeringen. Ze worden ook wel stiefgezinnen, bonusgezinnen of patchworkgezinnen genoemd. Allemaal mooie benamingen voor een gezin waarin mensen samen proberen iets nieuws op te bouwen met stukjes uit een eerder leven.

Een samengesteld gezin kan op papier binnen één dag ontstaan. Eén verhuizing, een paar dozen, twee tandenborstels extra in de badkamer en klaar is Kees - of Kevin, Kimberly en hun bonusbroertje. Maar voordat zo’n gezin ook werkelijk als een thuis voelt, zijn we meestal heel wat gesprekken, hobbels, bobbels en rondslingerende, vuile onderbroeken en vieze sokken verder.

Misschien zouden ouders en bonusouders vooraf eigenlijk een cursus moeten volgen: Samengesteld Gezin voor Beginners. Met vakken als geduld, diplomatie, luisteren zonder meteen antwoord te geven en de gevorderde praktijkles: Hoe tel ik tot tien zonder dat iemand het merkt?

Want een samengesteld gezin ontstaat niet vanzelf. Het vraagt tijd, inzicht, geduld, begrip, humor en vooral veel liefde. Ook gemengde gevoelens moeten er mogen zijn. Kinderen kunnen blij zijn met de nieuwe situatie en tegelijkertijd verdriet hebben om wat voorbij is. Die gevoelens spreken elkaar niet tegen; ze wonen gewoon samen in hetzelfde hart.

Vergeet nooit dat kinderen een biologische vader en moeder hebben. Een bonusouder hoeft die plaats niet over te nemen en kan dat ook niet. Ga dus niet op de troon van een ander zitten - de kans is groot dat die troon bovendien helemaal niet lekker zit…

Een bonusouder kan een eigen, waardevolle plaats krijgen. Niet door liefde af te dwingen, maar door betrouwbaar te zijn, belangstelling te tonen en er werkelijk voor het kind te zijn. Liefde laat zich niet bevelen. Liefde is geen hondje dat op commando komt aanrennen. Ze groeit meestal voorzichtig, soms langzaam en vaak juist op momenten waarop niemand erop let.

Je kunt niet eisen dat bonuskinderen van je houden. Je mag wel verwachten dat iedereen elkaar fatsoenlijk en respectvol behandelt. Dat geldt voor de kinderen, voor de bonusouder én voor de biologische ouders. Respect is tenslotte geen bonus, maar de basis van iedere menselijke omgang.

Emoties en onderlinge banden moeten hun natuurlijke weg kunnen vinden. Aan een samengesteld gezin valt weinig te forceren. Wie te hard aan een jonge plant trekt om hem sneller te laten groeien, houdt uiteindelijk alleen een los en verlept plantje in zijn handen.

Schuif vervelende gevoelens en kleine ergernissen daarom niet onder het tapijt. Onder een tapijt horen hooguit stofjes, een afgekloven kippenbotje of misschien een verdwaalde pindanoot - geen onuitgesproken boosheid, jaloezie of verdriet. Wat wordt weggestopt, gaat broeien en komt meestal op een bijzonder onhandig moment weer tevoorschijn.

Maak dingen bespreekbaar. Benoem wat er speelt, maar doe dat zonder elkaar onmiddellijk te veroordelen. Luister ook naar wat iemand achter de woorden probeert te zeggen. Een klein ergernisje dat aandacht krijgt, blijft vaak klein. Een klein ergernisje dat jarenlang wordt gevoerd, kan uitgroeien tot een familiedraak met drie koppen.

Natuurlijk moeten er grenzen zijn. Liefdevol opvoeden betekent niet dat iedereen maar kan doen waar hij zin in heeft. Soms moet gedrag duidelijk worden begrensd en soms is hulp van buitenaf verstandig. Niet om iemand figuurlijk in een bankschroef te zetten, maar om vastgelopen verhoudingen weer voorzichtig in beweging te krijgen.

Gelukkig zijn er heel veel warme en gelukkige samengestelde gezinnen. Niet omdat daar nooit spanningen of moeilijkheden zijn, maar omdat de gezinsleden bereid zijn om telkens opnieuw naar elkaar te luisteren, fouten toe te geven, grenzen te respecteren en samen verder te groeien.

Een samengesteld gezin hoeft niet volmaakt te zijn. Geen enkel gezin is dat - al beweren sommige families op Facebook iets anders. Het hoeft alleen een plek te worden waar ieder gezinslid zich gezien, gehoord, veilig en gerespecteerd voelt.

En wanneer dat lukt, is het geen tweederangs gezin, geen noodverband en geen verzameling losse onderdelen. Dan is het eenvoudigweg een echt gezin: misschien wat ingewikkelder samengesteld, maar daarom niet minder waardevol.

Liefde maakt van verschillende levens geen perfect plaatje, maar wel een nieuw thuis.

Een prettige dag verder… 

Jan C. van der Heide
Therapeut, paragnost en coach

 

Blog 3 september 2026

Jan C. van der Heide

De belangrijkste goeroe woont gewoon bij jou thuis

Lieve bloglezers,

Vandaag stuurde iemand mij een bericht met de vraag: ‘Jan, hoe denk jij eigenlijk over goeroes?’

Ik vond het meteen een grappige vraag. Niet omdat goeroes per definitie grappig zijn - al lopen sommige erbij alsof ze persoonlijk de gebruiksaanwijzing van het heelal hebben geschreven - maar omdat het antwoord spontaan bij mij opkwam: Iedereen is in de eerste plaats zijn eigen goeroe. Want niemand heeft zoveel jaren ervaring met jou als jijzelf.

Klaar! Volgende vraag. Weer een wereldprobleem opgelost vóór de koffie.

Maar zo eenvoudig is het natuurlijk ook weer niet.

Een goede leraar, therapeut, geestelijk leider of inspirerend mens kan je iets waardevols aanreiken. Een ander kan een lamp aansteken, een deur openen of je wijzen op een pad dat je zelf nog niet had gezien. Daar is niets mis mee. Integendeel: wat een rijkdom dat mensen hun kennis, geloof, ervaring en wijsheid met elkaar delen.

Maar degene die jou de weg wijst, hoeft niet automatisch achter het stuur van jouw leven plaats te nemen.

Een goeroe is uiteindelijk ook maar een mens. Een sterveling met goede dagen, slechte dagen, eigenaardigheden, een ego en waarschijnlijk af en toe een sok die zoekraakt in de wasmachine.

Je kunt iemand bijzondere talenten, diepe inzichten of zelfs een bijna goddelijke uitstraling toedichten, maar daarmee wordt die persoon nog geen goddelijk wezen.

Ik geloof in Jezus en in de Bijbel. Ik heb respect voor Mohammed en voor de grote wijsheid die in de Koran te vinden is. Wat een zegen dat wij mogen lezen over grote geesten, profeten, denkers en mensen die de wereld iets wezenlijks hebben nagelaten.

Maar zodra iemand zichzelf op een voetstuk hijst, een toegangsprijs vraagt voor de enige echte waarheid en beweert dat alleen hij het licht heeft gezien, gaat bij mij toch een bescheiden waarschuwingslampje branden. Zeker wanneer het geestelijke licht opvallend vaak wordt vergezeld door macht, geld, bewondering en een zeer comfortabele auto.

De geschiedenis telt inmiddels genoeg goeroes die met veel tromgeroffel werden binnengehaald en later met voetstuk en al door de vloer zakten. Laten we die optocht vandaag maar niet helemaal langslopen; we willen tenslotte nog iets van ons optimisme bewaren.

Laat je dus gerust inspireren. Lees, luister, denk, bid, mediteer en verwonder je. Neem aan wat je raakt en wat je wijzer, milder of liefdevoller maakt. Maar geef nooit je gezonde verstand, je vrijheid en je eigen verantwoordelijkheid bij de garderobe af.

De beste leermeester helpt je niet om hem te volgen, maar om jezelf terug te vinden.

Luister daarom naar anderen, maar begin bij jezelf. Daar woont jouw ervaring, daar klinkt jouw geweten en daar bevindt zich het kompas waarmee jij je eigen weg door het leven mag zoeken.

En mocht jouw innerlijke goeroe het even niet weten, geef hem dan een kop koffie. Zelfs wijsheid heeft af en toe een pauze nodig…

Een prettige dag nog verder…

Jan C. van der Heide

 

Blog 2 september 2026

Jan C. van der Heide

HOEVEEL TWEEDE KANSEN VERDRAAGT HET ONHERSTELBARE?

Lieve bloglezers,

Al jaren krijg ik vele vragen over allerlei onderwerpen; dromen, paranormaal, therapie, spiritualiteit of angsten. Afgelopen week bereikte mij het volgende bericht en wil ik even, met toestemming van de vragensteller, met u delen. 

Vraag

Ha Jan,

Jaren geleden ben ik bij je geweest. Ik was toen slachtoffer van huiselijk geweld. Je hebt mij, mijn gezin en zelfs mijn man destijds goed geholpen.

Nu lees ik dat een man die zijn vrouw en twee kinderen heeft vermoord, na het uitzitten van zijn gevangenisstraf en een tbs-behandeling weer is vrijgekomen.

Uit ervaring weet ik dat je een humaan denkend mens bent. Daarom vraag ik mij af: wat vind jij ervan dat mensen die zulke verschrikkelijke misdrijven hebben gepleegd, uiteindelijk weer in de maatschappij terugkeren?

Groetjes,
Rosa

Antwoord

Beste Rosa,

Het is inmiddels enkele tientallen jaren geleden dat je bij mij in de praktijk kwam. Omdat jouw vraag voortkomt uit een aangrijpende persoonlijke ervaring, heb ik je eerst gevraagd of je er bezwaar tegen had dat ik haar via sociale media zou beantwoorden. Dat had je niet. Daarom geef ik hieronder zo open en zorgvuldig mogelijk mijn mening.

Het uitgangspunt eens een dief, altijd een dief vind ik onmenselijk en bovendien onjuist. Mensen kunnen veranderen, leren en tot inzicht komen. Wie eenmaal iets verkeerd heeft gedaan, hoeft niet voor de rest van zijn leven met die ene daad te worden vereenzelvigd.

Ik vind dat een mens in beginsel een mogelijkheid tot herstel en een tweede kans moet krijgen. Dat is een teken van beschaving. Maar beschaving betekent niet dat wij onze ogen moeten sluiten voor de ernst van bepaalde daden. Ook aan vergevingsgezindheid, vertrouwen en vrijheid kunnen grenzen worden gesteld.

Als jij doelt op de zaak waarbij een man zijn vrouw en twee kinderen om het leven bracht om ruimte te maken voor een andere relatie, dan spreken we niet over een misstap, een ogenblik van zwakte of een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Dan spreken we over het doelbewust vernietigen van drie mensenlevens - onder wie twee kinderen die volledig van hun vader afhankelijk waren.

Zo’n daad keur ik natuurlijk op alle fronten en niveaus zonder enige vorm voorbehoud af en wel aan alle kanten. Daar bestaat geen enkel verzachtend woord voor dat de werkelijkheid minder afschuwelijk maakt.

Een tbs-behandeling is bedoeld om psychische problematiek te behandelen en het gevaar op herhaling zo veel mogelijk te verminderen. Deskundigen en rechters beoordelen uiteindelijk of iemand verantwoord kan terugkeren. Ik respecteer dat zorgvuldige rechtsproces. Tegelijkertijd blijft ook deskundigheid mensenwerk. Geen onderzoek, rapport of behandeling kan de toekomst met absolute zekerheid voorspellen.

Daarom vind ik dat bij uitzonderlijk zware misdrijven niet alleen de actuele toestand van de dader bepalend mag zijn. Ook de aard van de daad, de blijvende verantwoordelijkheid daarvoor en de bescherming van de samenleving moeten zeer zwaar wegen.

Sommige daden zijn zo vernietigend dat ik mij ernstig afvraag of volledige terugkeer in de vrije maatschappij nog passend en verantwoord is. Niet uit wraak en niet vanuit het primitieve beginsel oog om oog, tand om tand. Wel omdat vrijheid ook vertrouwen en verantwoordelijkheid veronderstelt. Iemand kan zijn straf hebben uitgezeten en succesvol zijn behandeld, maar daarmee is de gepleegde daad niet verdwenen.

De vermoorde vrouw en kinderen krijgen immers geen tweede kans. Zij keren nooit meer naar huis terug. Hun familie en andere geliefden dragen het verlies iedere dag mee. Voor hen eindigt “levenslang” niet wanneer een rechter een maatregel beëindigt.

En precies daar schuurt het voor mij diep: een dader kan na verloop van tijd opnieuw wandelen, wonen, liefhebben en plannen maken, terwijl de slachtoffers voorgoed uit het leven zijn weggerukt. Juridisch kan een straf eindigen. Het leed dat door het misdrijf is veroorzaakt, kent vaak geen einddatum.

Humaniteit mag daarom nooit betekenen dat alle aandacht naar de toekomst van de dader gaat en de slachtoffers langzaam uit beeld verdwijnen. Een rechtsstaat moet menselijk zijn, maar hoeft niet naïef te worden. Barmhartigheid zonder verantwoordelijkheid wordt vrijblijvend; vrijheid zonder voldoende zekerheid kan onverantwoord zijn.

Ik geloof in herstel, behandeling en vergeving waar dat mogelijk is. Maar ik geloof óók dat niet iedereen na iedere daad automatisch weer geschikt is om in volledige vrijheid te leven. Bij sommige misdrijven kan langdurige of zelfs blijvende beveiliging van de samenleving noodzakelijk en gerechtvaardigd zijn – nogmaals, niet als wraak, maar als bescherming en als erkenning van de uitzonderlijke ernst van wat is aangericht.

Ik heb vele tientallen jaren op de slijpsteen van het leven gezeten, oftewel ik ben een door de wol geverfde therapeut die te veel slachtoffers en beschadigde gezinnen heeft gesproken om hierover anders te kunnen denken.

Ik weet het, we zijn allemaal onvolmaakte mensen, Rosa. Maar niet alle fouten zijn gelijk, niet alle misdrijven zijn herstelbaar en niet ieder risico hoeft de samenleving opnieuw te dragen.

Hartelijke groet,
Jan C. van der Heide

 

Blog 1 september 2026

Jan C. van der Heide

De mooiste macho van de sportschool

Lieve bloglezers,

Ken je het verhaal al van die beeldschone macho? Aan zijn zorgvuldig geboetseerde lijf kon je zien dat hij niet zomaar een abonnement op de sportschool had, maar vermoedelijk een meerderheidsbelang.

Geen haartje zat verkeerd. Dat was ook niet zo moeilijk, want bijna alles was preventief verwijderd, geplukt of deskundig weggeflitst. Zijn huid was zo diep gebronsd dat je je afvroeg of hij op vakantie was geweest of in de meubellak was gezet.

Zijn lichaam leek op De Nachtwacht, maar dan met meer spierballen en aanzienlijk minder kleding. Overal stonden tatoeages: leeuwen, adelaars, doodskoppen en geheimzinnige Chinese spreuken. Eén daarvan betekende volgens hem: Onverschrokken krijger. Volgens de eigenaar van de plaatselijke afhaalchinees stond er: Nasi speciaal, zonder sambal.

Als hij langsliep, begonnen dames spontaan te glimlachen en te giegelen, mannen hun buik in te houden en kamerplanten zich bewonderend naar hem toe te buigen. Achter hem bleef een geurwolk van exclusieve aftershave hangen, krachtig genoeg om kleine insecten uit de lucht te halen.

Ook zijn pas was uitgesproken macho: benen iets uit elkaar, armen licht gebogen en de borst zo ver vooruit dat zijn tepels steeds enkele seconden eerder arriveerden dan de rest van zijn lichaam.

Toch liep niemand achter hem aan.

Niet omdat hij onbereikbaar was. Integendeel, hij sprak graag over zichzelf. Heel graag. Na drie minuten wist je hoeveel hij bankdrukte, hoeveel eiwitten hij per dag at en vanuit welke hoek zijn linkerborstspier het voordeligst gefotografeerd kon worden. Wanneer hij zweeg, was dat alleen omdat hij toevallig langs een spiegel liep.

Toen begreep iedereen waarom zelfs de hevigst zwijmelende dames beleefd afstand hielden.

De zevende hemel is ongetwijfeld prachtig, maar als je daar een heel mensenleven moet luisteren naar iemand die vooral verliefd is op zijn eigen spiegelbeeld, wordt zelfs de hel een aantrekkelijk vakantieadres.

Nog een prettige dag verder...

Jan C. van der Heide

 

Blog 31 augustus 2026

Jan C. van der Heide

De vier hanen en het land van de paddenstoelprutsers 

Lieve bloglezers,

Vanmorgen werd ik zacht schreiend wakker uit een boze droom. Overal ellende, verdriet, rampen en mensen die elkaar het leven zuur maken alsof azijn tegenwoordig gratis uit de kraan komt. 

Om mezelf wat op te vrolijken, besloot ik een luchtig stukje te schrijven. Gewoon iets gezelligs, met kabouters, hanen en hier en daar een paddenstoel. Absoluut geen politiek dus. Wie toch iets meent te herkennen, heeft vermoedelijk te lang naar het journaal gekeken. 

Er was eens een fantasieland, niet groter dan een speldeknop op de wereldkaart. Het werd bestuurd door Paddenstoelprutsers, Kriebelkontjes, Snottergnoompjes, Bosbengeltjes, Eikelhoedjes en enkele Droomdwergen die voortdurend wakker werden gehouden door spoeddebatten. 

Helaas waren de Zeurkabouters zwaar oververtegenwoordigd. Zij vergaderden dag en nacht over de vraag wie er de vorige vergadering het meest doorheen had gepraat. Daarna stelden ze een commissie in om te onderzoeken waarom er zoveel commissies waren. 

Op hun aardse postzegel maakten ze voortdurend ruzie. Over links, rechts, rechtdoor, achteruit en vooral over wie er aan het stuur mocht zitten. Het schip van staat dobberde intussen stuurloos rond, maar gelukkig werd er krachtig gedebatteerd over de kleur van de reddingsboeien. 

Daar wil ik het verder niet over hebben. Dat is allemaal maar Polderlandse onzin. 

Veel interessanter waren de vier horkige hanen die gezamenlijk droomden van de wereldheerschappij. Ieder van hen dacht dat de zon speciaal voor hem opkwam. In werkelijkheid kwam de zon gewoon op omdat zij haar eigen programma had en geen zin in verkiezingen. 

Haantje Eén liep al zijn hele leven rond met een stevig minderwaardigheidsgevoel. Hij had een kale schedel met aan weerszijden enige stoffering, alsof de kapper halverwege door zijn budget heen was. Achter zijn rug noemde men hem Kippenkontje, maar alleen heel zachtjes, want in zijn rijk konden zelfs muren meeluisteren. En als de muren niets hadden gehoord, verzonnen ze wel iets. 

Haantje Twee was eveneens kaal, maar droeg een merkwaardig kapsel dat bij harde wind eerst naar buiten ging en pas daarna zijn eigenaar volgde. Het leek op engelenhaar, maar wat eronder broedde, had weinig hemels. Even een weetje, de grootste dodenakker in zijn land is naar hem vernoemd... Zijn bewonderaars vonden alles wat hij deed geweldig. Als hij van een trapje struikelde, noemden zij het een strategische afdaling. 

Haantje Drie had een boterzacht hoofd, alsof iemand een oliebol met een koekenpan de voorkant had platgeslagen. Volgens onbevestigde berichten voedde hij zich uitsluitend met vloeibare roomboter, slagroom en het applaus van generaals. Hij stond bekend als Vet Haantje aan het Spit, hoewel niemand dapper genoeg was om het vuur aan te steken. 

Haantje Vier rook volgens zijn hofhouding naar vers gemaaid gras. Volgens anderen was het meer de geur van pekingeend, gedompeld in staatsparfum en veel te zware specerijen. Zijn gezicht stond altijd alsof hij zojuist persoonlijk een vijfjarenplan had ingeslikt en het hem niet was bevallen. 

Deze vier hanen raakten geregeld in alle staten van opwinding. Ze pikten naar elkaar, trokken veren uit elkaars achterwerk en kraaiden zo hard dat de rest van het kippenhok dacht dat het al ochtend was. 

Voor de camera omhelsden ze elkaar hartelijk. Ze schudden handen, deelden glimlachjes uit en spraken over vrede, samenwerking en wederzijds respect. Zodra de camera uitging, telden ze onmiddellijk hun vingers na. 

Ze konden elkaars bloed wel drinken. Vet Haantje aan het Spit zou zelfs lichte vampiristische neigingen hebben. Iedere ochtend nam hij naar verluidt een vingerhoedje bloed van een tegenstander. Niet omdat het lekker was, maar omdat macht nu eenmaal beter schijnt te smaken wanneer iemand anders ervoor heeft gebloed. 

Toch zat het gevaar niet alleen bij de vier hanen. 

Het echte gevaar school in de miljoenen kippen die dachten: het zal mijn tijd wel duren. Zolang er graan in de bak ligt, de televisie het nog doet en we iedere vrijdag een kuipje kruidenboter kunnen kopen, zal het allemaal zo’n vaart niet lopen. 

En precies dát dachten kippen in vroegere kippenhokken ook. 

Totdat de deur op slot ging. Totdat woorden verboden werden. Totdat buurkippen elkaar begonnen te verklikken. Totdat leugens zo vaak werden herhaald dat zelfs verstandige dieren ze als waarheid gingen kakelen. 

De schakers onder ons weten misschien wie deze vier hanen zijn. Zij zien hoe de stukken over het bord worden geschoven, hoe pionnen worden opgeofferd en hoe koningen veilig achter hun legers blijven zitten. Alleen zijn het in het echte leven geen houten pionnen die omvallen, maar vaders, moeders, kinderen en hele bevolkingen. 

En wanneer het bord uiteindelijk vol bloedspatten ligt, zeggen de vier hanen dat de ander begonnen is. 

Maar niemand wordt met dit verhaal bedoeld. Werkelijk niemand. Het gaat uitsluitend over een fantasieland, een stelletje denkbeeldige hanen en een handvol onschuldige Snottergnoompjes. 

Wie er toch bestaande machthebbers in herkent, moet daar vooral eens rustig over nadenken. Want onzin is soms alleen maar waarheid met een narrenmuts op. 

Dus, beste burger: lach gerust om de hanen, de kabouters en de Paddenstoelprutsers. Humor houdt ons wakker en voorkomt dat we van ellende in de gordijnen gaan hangen. 

Maar houd ondertussen wel de deur van het kippenhok in de gaten. Voor je het weet, zit er een haan op de sleutel. 

Een prettige dag nog verder… 

Jan C. van der Heide

 

Blog 30 augustus 2026

Jan C. van der Heide

In Nederland is het recht soms zo krom als een hoepel

Lieve bloglezers,

Uit eigen ervaring weet ik dat recht en rechtvaardigheid lang niet altijd hetzelfde zijn. Het recht staat keurig in wetboeken, voorzien van artikelen, leden, komma’s en voetnoten. Maar zodra mensen het moeten uitleggen en toepassen, kan een rechte juridische liniaal verrassend gemakkelijk veranderen in een hoepel.

Ik heb ooit zeven jaar nodig gehad om mij door een onverkwikkelijke juridische zaak heen te worstelen. Als juridische leek probeerde ik krom recht weer enigszins recht te slaan. Op uitnodiging van de redactie mocht ik die zaak later beschrijven in het Nederlands Juristenblad. Dat was bijzonder, want ik ben geen afgestudeerd jurist en heb zelfs nooit per ongeluk een college rechtsgeleerdheid bijgewoond.

Sindsdien volg ik wet en recht met grote belangstelling - en soms met stijgende verbazing.

Veel wetten zijn op papier redelijk. Sommige zijn noodzakelijk, andere lijken vooral te zijn bedacht omdat ergens een commissie nog een lege middag en een volle koffiepot had. Maar het grootste probleem zit niet altijd in de wet zelf. Het zit in de toepassing, de interpretatie en het menselijk oordeel.

Want rechters zijn mensen. Officieren van justitie zijn mensen. Advocaten, dekens en tuchtrechters eveneens. Zij kunnen voortreffelijk werk leveren, maar ook fouten maken, tunnelvisie ontwikkelen of de menselijke maat uit het oog verliezen. Een toga maakt iemand niet onfeilbaar; het is uiteindelijk een japon met gezag, geen bovennatuurlijke mantel die iedere vergissing buiten de deur houdt.

Rechterlijke dwalingen bewijzen hoe ernstig het kan misgaan. Mensen zijn veroordeeld, jarenlang opgesloten en soms zelfs ter dood gebracht, om later onschuldig te blijken. Achteraf spreekt men dan plechtig van “een betreurenswaardige gang van zaken”. Voor degene die zijn vrijheid, gezondheid of halve leven is kwijtgeraakt, is dat een tamelijk zuinige omschrijving.

Wat mij daarnaast stoort, is dat in veel strafzaken uitvoerig wordt gekeken naar de achtergrond van de dader. Een moeilijke jeugd, drank, drugs, psychische problemen en verminderde toerekeningsvatbaarheid: alles wordt onderzocht, gewogen en beschreven.

Dat is juridisch noodzakelijk en menselijk verdedigbaar. Maar waar blijft diezelfde aandacht voor het slachtoffer?

Een moeilijke jeugd kan gedrag helpen verklaren, maar maakt geweld niet ongedaan. Drank kan remmingen verminderen, maar wist verantwoordelijkheid niet uit. Een diagnose kan relevant zijn, maar heelt geen gebroken gezin. Verklaren is iets anders dan vergoelijken - en juist dat onderscheid raakt in het publieke debat geregeld zoek.

De absurditeit bereikt een dieptepunt wanneer bij femicide of ander geweld tegen vrouwen wordt gesuggereerd dat het slachtoffer het onheil zelf zou hebben uitgelokt. Alsof een vrouw door weg te gaan, tegen te spreken of haar eigen leven te willen leiden medeverantwoordelijk wordt voor het geweld dat haar wordt aangedaan.

Nee. De verantwoordelijkheid voor geweld ligt bij degene die het geweld pleegt. Dat is geen ingewikkelde juridische theorie, maar elementair fatsoen.

En dan Bram Moszkowicz.

Laat ik helder zijn: hij werd niet uitsluitend geschrapt omdat er ergens een bonnetje zoek was of een ordner scheef in de kast stond. De tuchtrechter oordeelde dat sprake was van ernstige en structurele overtredingen van beroepsregels. Het ging onder meer om contante betalingen, jaarstukken, bijscholing, medewerking aan toezicht en klachten van voormalige cliënten. Dat zijn serieuze tekortkomingen en die hoeven we niet kleiner te maken dan ze waren.

Maar daarna behoort een andere vraag te worden gesteld: moet een mens na zoveel jaren nog steeds worden afgerekend op dezelfde fouten? Is herstel werkelijk mogelijk, of spreken we daar alleen plechtig over zolang niemand er daadwerkelijk aanspraak op maakt?

Moszkowicz werd in 2013 van het tableau geschrapt en een later verzoek om terugkeer werd afgewezen. Formeel kan iemand opnieuw toelating vragen, maar in de praktijk blijkt de weg terug buitengewoon zwaar. Daarmee krijgt een tuchtrechtelijke maatregel het karakter van een beroepsmatige levenslange straf.

En daar wringt iets.

Een strafrechtelijke veroordeling en een tuchtrechtelijke maatregel zijn juridisch niet één op één te vergelijken. Dat weet ik ook. Maar moreel mogen we wel degelijk de vraag stellen waarom de samenleving zelfs na zeer ernstige misdrijven spreekt over resocialisatie, terugkeer en een tweede kans, terwijl iemand die beroepsregels heeft overtreden mogelijk voorgoed buiten zijn vak blijft staan.

Wanneer is een sanctie voldoende geweest?

Wanneer heeft iemand genoeg verloren?

En wanneer durft een rechtsorde te erkennen dat rechtvaardigheid niet alleen bestaat uit straffen, maar ook uit herstel, herbeoordeling en de mogelijkheid om te laten zien dat men veranderd is?

Het recht verliest zijn beschaving wanneer vergelding belangrijker wordt dan proportionaliteit. Een tuchtcollege behoort geen wraakinstituut te zijn en een beroepsverbod geen moderne verbanning. Bescherming van cliënten en vertrouwen in de advocatuur zijn essentieel, maar ook daarvoor bestaan voorwaarden, toezicht, financiële controles, begeleiding en beperkingen.

Een terugkeer hoeft niet blind of onvoorwaardelijk te zijn. Stel strenge eisen. Laat periodiek controleren. Verplicht transparantie. Bouw waarborgen in. Maar beoordeel de mens die vandaag voor je staat - niet uitsluitend de man die hij dertien jaar geleden was.

Dat is geen zwakte. Dat is volwassen rechtspraak.

Ik fantaseer weleens dat Bram nog één keer de rechtszaal binnenkomt, niet meteen als rechter - laten we de toga’s niet al te wild door de zaal gooien - maar als advocaat onder streng toezicht. Laat hem aantonen wat hij nog kan betekenen. Laat zijn woorden, vakkennis en ervaring opnieuw worden beoordeeld. Niet door bewonderaars, niet door vijanden, maar door mensen die in staat zijn boven oude irritaties en persoonlijke gevoelens uit te stijgen.

Want ook in de wereld van het recht bestaan reputaties, gekrenkte ego’s, onderlinge verhoudingen en oude rekeningen. Wie beweert dat rancune, jaloezie of geldingsdrang daar nooit voorkomen, maakt van juristen een buitenaardse levensvorm. Ook onder een toga klopt gewoon een menselijk hart - soms ruimhartig, soms klein en soms met een lichte hartritmestoornis wanneer een oude tegenstander de zaal binnenloopt.

Als therapeut weet ik na een halve eeuw praktijkervaring dat aan ieder mens wel een krasje, deukje of vuiltje zit. Aan mij, aan jou, aan advocaten, rechters, dekens en tuchtrechters. Niemand doorloopt een heel leven zonder iets te doen waarover later het schaamrood naar de kaken kan stijgen.

Juist daarom moeten mensen die over anderen oordelen bescheiden blijven.

Wie een ander voor altijd buitensluit, moet zich afvragen of hij zelf bestand zou zijn tegen een levenslange beoordeling van zijn slechtste periode. Niet van zijn beste dag, zijn mooiste vonnis of zijn fraaiste toespraak - maar van zijn grootste fout.

Het recht heeft gezag nodig, maar ook zelfkennis. Strengheid zonder menselijkheid wordt hardvochtigheid. Regels zonder proportionaliteit worden bureaucratische knuppels. En een rechtsorde die geen werkelijke tweede kans kent, heeft het woord “herstel” wel in haar woordenboek staan, maar niet in haar hart.

Bram Moszkowicz is geen moordenaar, paardendief of struikrover. Hij was een begaafd strafpleiter die ernstige beroepsmatige fouten heeft gemaakt en daarvoor een uitzonderlijk zware prijs heeft betaald.

Erken beide waarheden.

Maar durf na al die jaren ook opnieuw te kijken.

Niet omdat zijn fouten er niet toe deden, maar omdat rechtvaardigheid méér behoort te zijn dan iemand eeuwig vastnagelen aan wat hij ooit verkeerd heeft gedaan.

Het wordt tijd om de hoepel weer recht te buigen.

Nog een prettige dag verder...

Jan C. van der Heide

 

Blog 27 augustus 2026

Jan C. van der Heide

HOTNEWS UIT HOGERE KRINGEN - BIBBERBIL GAAT TROUWEN!

Lieve bloglezers,

Soms bereikt mij nieuws waarvan je denkt: dit kan niet waar zijn. En als het dan tóch waar blijkt te zijn, denk je: waarom heeft niemand mij eerder gebeld?

Want houd u vast aan stoel, rollator, butler of toevallig passerende baron: Barones Bibberbil van Buitenhuizen en Jonkheer Joep van de Losse Veter tot Theelicht zijn verloofd!

Ja hoor. De liefde heeft opnieuw toegeslagen. Niet met een pijltje van Cupido, maar vermoedelijk met een antieke kruisboog. Bibberbil is 92 lentes jong en Joep telt er 94. Samen zijn ze dus 186 jaar verliefdheid, exclusief BTW en achterstallig onderhoud.

Binnen afzienbare tijd zullen zij in de echt worden verbonden door niemand minder dan Gravin OudBrood Garenloos Versleten tot de Draad. Zij schijnt behalve gravin ook buitengewoon trouwlustig te zijn en beschikt over een hoed waaronder bij slecht weer gemakkelijk drie bruidskinderen kunnen schuilen.

Ik popelde om jullie dit te vertellen. Want het gaat hier om ware liefde. Bibberbil en Losse Veter kijken elkaar nog steeds diep in de ogen. Voor zover ze die zonder leesbril kunnen vinden.

Er zit alleen een klein familiedingetje aan het huwelijk.

De ring.

Bibberbil bezit namelijk een ring die volgens neefjes, nichtjes en andere toevallig zeer belangstellende bloedverwanten ongeveer een miljoen euro waard zou zijn.  Sindsdien is het opvallend druk bij tante Bibberbil. Neefjes die haar sinds 1987 niet meer hebben gezien, staan ineens met bloemen voor de deur. ‘Dag lieve tante! Wat ziet u er góéd uit! En wat heeft u toch een prachtige… eh… hand.’ Een nicht heeft zelfs aangeboden wekelijks de ringvinger te komen masseren.

Een miljoen lijkt mij trouwens wat overdreven. Misschien is de ring maar een kwart miljoen waard. Maar kom, voor €250.000 kun je ook heel wat champagne wegklokken. Het glas is tenslotte halfvol of halfleeg - bij deze familie vooral zo snel mogelijk leeg. Maar nu komt het.

Bibberbil en Joep hebben het over kinderen gehad.

Ja.

Kinderen.

Volgens de butler ontstond dat gesprek nadat het verliefde stel gezamenlijk vijf flessen champagne soldaat had gemaakt. Na fles één hadden ze het over het weer. Na fles twee over de bruiloft. Na fles drie over een huwelijksreis. Bij fles vier viel het woord ‘kinderkamer’ en na fles vijf wilde Joep alvast een ooievaar bestellen. De butler heeft toen voorzichtig geopperd eerst een zwangerschapstest te kopen.

Gravin OudBrood Garenloos Versleten tot de Draad is nogal visueel ingesteld en heeft inmiddels aan verschillende mensen zeer beeldend uitgelegd hoe de voortplanting tussen Bibberbil en Losse Veter volgens haar zou moeten verlopen. Niemand had daarom gevraagd. Maar de gravin is niet iemand die zich door zoiets laat tegenhouden.

Ze vertelde het zo filmisch dat drie aanwezige freules onmiddellijk hun advocaat belden en de tuinman zijn ontslag indiende. Joep zelf ziet overigens geen enkel probleem. Hij rijdt al zijn hele leven paard en bij voorkeur op volbloeden, zonder zadel en teugels.

Ik laat die mededeling verder geheel voor zijn rekening. Er zijn grenzen aan journalistiek.

Vooralsnog hebben zich helaas nog geen kleine bibberbilletjes of Losse Vetertjes aangekondigd.

Bibberbil werkt er wél serieus aan. Zo staat ze regelmatig in het varkenshok langdurig naar een zeug te kijken die vijftien biggetjes tegelijk van melk voorziet. Inspiratie opdoen, noemt ze dat. De zeug schijnt er inmiddels nerveus van te worden. Gisteren keek ze terug met een blik van: ‘Mevrouw, ik weet niet wat u van plan bent, maar dit is gewoon mijn werk.’

Joep wordt ondertussen culinair klaargestoomd voor zijn vaderlijke toekomst en om zijn vruchtbaarheid en libido extra te stimuleren. Hij krijgt omeletten van struisvogeleieren en bij de koffie een bescheiden tussendoortje van vijfhonderd oesters.

Vijfhonderd.

De Noordzee is inmiddels officieel bezorgd. Greenpeace houdt Joep in de gaten. De visboer heeft een villa gekocht. En de huisarts heeft gezegd: ‘Joep, misschien gewoon één boterham met kaas?’ Maar liefde laat zich niet tegenhouden.

Wat mensen toch allemaal overhebben om te stekken. De natuur is prachtig, maar soms moet je haar op een gegeven moment ook gewoon vriendelijk bedanken voor bewezen diensten.

En toen kwam het nieuws waarbij ikzelf betrokken raakte.

Bibberbil en Jonkheer Joep van de Losse Veter tot Theelicht hebben namelijk gevraagd of ik bruidsmeisje wil worden.

Bruidsmeisje!

Gravin OudBrood kwam het verzoek persoonlijk overbrengen. Ze meldde plechtig dat mijn aanwezigheid ‘bijzonder geapprecieerd’ zou worden.

Ik heb haar aangekeken.

Zij keek mij aan.

Ik keek nog eens naar haar.

En toen vroeg ik: ‘Is er bij jullie in de adel werkelijk helemaal niemand anders meer beschikbaar?’

Nee dus.

Ik moet er nog even over nadenken. Een mens moet tenslotte openstaan voor nieuwe ervaringen.

Misschien doe ik het.

Een aardig jurkje, een boeketje in mijn handen, een strik in mijn haar en statig achter Bibberbil door het gangpad schrijden terwijl Joep van de Losse Veter bij het altaar zijn struisvogelei verteert.

Het leven kan vreemd lopen. Maar misschien wacht ik toch nog even. Tot na de volgende Amsterdamse Pride.

Je wilt als bruidsmeisje tenslotte een beetje geoefend voor de dag komen. En mocht er onverhoopt tóch een kleine Bibberbil worden geboren, dan beloof ik jullie één ding: ik ga persoonlijk controleren wat er in die champagne heeft gezeten.

Nog een prettige dag verder...

Jan C. van der Heide

 

Blog 24 augustus 2026

Jan C. van der Heide

NEL, GREET, GRIET EN HET SLAGROOMGEHEUGEN

Vandaag eindelijk eens een luchtig verhaal in mijn blog. Geen kommer, geen kwel en geen andere loodzware gebeurtenissen uit het rariteitenkabinet dat het leven heet. Geen dood, verderf of egeltjes die door een rollator zijn aangereden en er gelukkig slechts een klein bultje op hun middelste stekel aan hebben overgehouden.

Nee, vandaag richten we ons uitsluitend op zonnige zaken. We bezoeken een gezellig oord vol hoogbejaarde levenskunstenaars en nemen een doos roomtaartjes mee. Want waar het geheugen soms een zijweggetje neemt, weet de mond de slagroomtaart doorgaans feilloos te vinden.

In een zonnig hoekje zitten twee oude besjes gezellig te praten. Nel kijkt de dame tegenover haar onderzoekend aan.

‘Jij bent toch Griet?’

‘Nee,’ zegt Greet, ‘ik ben Greet.’

‘O,’ zegt Nel, ‘ik dacht dat jij Griet was, de vriendin van Piet.’

‘Nee, ik ben Greet. Piet is mijn broer.’

Nel knikt alsof daarmee alles glashelder is geworden. Ze laat het nieuws even bezinken en vraagt vervolgens:

‘En hoe gaat het met Piet?’

‘Goed,’ zegt Greet. ‘Heel goed zelfs.’

‘Mooi zo. Doe hem de groeten van mij.’

‘Dat zal ik doen. Maar waarvan ken jij Piet eigenlijk?’

Nel denkt diep na. Zo diep dat ze er bijna met haar voorhoofd bij op tafel komt.

‘Zijn vrouw Monique was een vriendin van mij. Of was het Jacqueline? Volgens mij waren het allebei vriendinnen van mij.’

‘Piet heeft maar één vrouw,’ zegt Greet voorzichtig.

Nel kijkt geschrokken.

‘Toch niet tegelijkertijd?’

‘Nee, lieve schat. Achter elkaar.’

‘Gelukkig,’ verzucht Nel. ‘Anders wordt het zo druk aan tafel.’

Op dat moment verschijnt de verzorgster met een schaal vol slagroomgebak, rijkelijk versierd met aardbeien, aalbessen en chocolade. Het gesprek over Griet, Greet, Piet, Monique en Jacqueline wordt onmiddellijk gestaakt. Sommige levensvragen zijn belangrijk, maar slagroomgebak duldt nu eenmaal geen uitstel.

‘Is dat voor ons?’ vraagt Nel.

‘Jazeker.’

‘Wat vieren we dan?’

‘Niets bijzonders.’

‘Heerlijk,’ zegt Greet. ‘Dat zijn de leukste feesten.’

Even later zitten de twee oude besjes tevreden te smullen. De bessenmondjes worden gevuld met aardbeien en aalbessen, terwijl de slagroom als een klein wit snorretje onder hun neus blijft hangen.

‘Lekker taartje, hè Griet?’ zegt Nel.

‘Ja heerlijk,’ antwoordt Greet. ‘Maar ik ben Greet.’

‘Dat zei ik toch?’

En zo kwam alles uiteindelijk weer helemaal goed. Piet verkeerde in goede gezondheid, Monique en Jacqueline kregen allebei de groeten en Griet bleek nog altijd Greet te zijn - althans voor zolang het taartje duurde.

Want ouder worden betekent niet dat je alles vergeet. Je onthoudt vooral wat werkelijk belangrijk is: gezelligheid, een aardig woord, iemand tegenover je aan tafel en vooral dat laatste stukje slagroom voor niemand anders laten liggen.., hi, hi...

Nog een prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

 

Blog 22 augustus 2026

Jan C. van der Heide

De dader krijgt een dagboek, het slachtoffer een graf

Lieve lezers,

Gezellig toch, dat er af en toe weer een moordenaar door de brievenbus naar binnen komt wandelen?

Kijk eens aan: daar is Joran weer. Ditmaal met berichten uit Peru. Het is er koud, schrijft hij. Hoog in de bergen, achter dikke muren en zware deuren.

Koud?

Probeer dat eens te vertellen aan de jonge vrouwen die nooit meer de warmte van de zon zullen voelen. Aan hun ouders, die geen gevangenisdeur kunnen openen om hun kind even vast te houden. Aan families voor wie iedere verjaardag, iedere kerst en iedere lege stoel opnieuw levenslang betekent.

Ook lezen we dat hij geestelijk zou worden gekweld door medegevangenen. Dat zal ongetwijfeld onaangenaam zijn. Maar waarom moet zijn ongemak telkens wereldnieuws worden? Waarom krijgen wij uitvoerige berichten over zijn gevoelens, zijn angsten, zijn wensen en zijn dagelijkse beslommeringen, terwijl de mensen die hij achterliet hooguit nog een foto en een paar regels krijgen?

Hetzelfde gebeurt bij namen als Breivik en Dutroux. We vernemen dat ze ongelukkig zijn, zich onrechtvaardig behandeld voelen, meer vrijheid willen of verlangen naar een humaner bestaan. Ze willen naar buiten, waar de vogeltjes fluiten.

De slachtoffers zouden ook graag nog eens vogels hebben gehoord.

Natuurlijk heeft iedere gevangene recht op een menselijke behandeling. Een rechtsstaat bewijst zijn beschaving juist door niet af te dalen tot het niveau van de misdadiger. Maar menselijke behandeling is iets anders dan een podium. Een cel hoeft geen martelkamer te zijn, maar ook geen redactielokaal van waaruit iedere zucht, klacht en oprisping als belangrijk nieuws over ons wordt uitgestort.

Er bestaat journalistiek belang. Er bestaat ook nieuwsgierigheid. En ergens daartussen ligt een glibberige vloer waarop kijkcijfers, oplagen en sensatie vrolijk met elkaar de polonaise lopen.

Moordenaarsverhalen verkopen. Hun dagboeken worden afgedrukt, hun gedachten geanalyseerd en hun portretten breed uitgemeten. De dader krijgt hoofdstukken. Het slachtoffer wordt een voetnoot.

Ook ik schrijf er nu over. Dat besef ik. Maar niet om de moordenaar opnieuw in het licht te zetten. Ik schrijf omdat ik vind dat het licht steeds weer op de verkeerde plek wordt gericht.

Beste journalist, wanneer een hoofdredacteur vraagt om nóg een verhaal over de eenzaamheid, de kou of het verdriet van een beruchte moordenaar, denk dan eerst even aan de eenzaamheid van de nabestaanden. Aan de kou van het graf. Aan het verdriet waarvoor geen vervroegde invrijheidstelling bestaat.

En mocht u bang zijn dat u zonder zo’n verhaal uw brood niet kunt verdienen: kom gerust bij mij langs. Dan smeer ik een flinke boterham voor u, royaal met roomboter en kaas.

Maar laat de moordenaar daarna zijn straf in stilte uitzitten.

De slachtoffers hebben namelijk al veel te lang moeten zwijgen.

Jan C. van der Heide

 

Blog 17 augustus 2026

Jan C. van der Heide

Geef de boer een stoel!

Ik heb iets met boeren. Mijn voorvaderen kwamen uit Friesland: boerderijen, koeien, molens, sloten, grasland, horizon en een uitzicht waarbij je gedachten vanzelf de ruimte kregen.

In de familie doet het verhaal de ronde dat pake zo sterk was dat hij met één hand een ploeg boven zijn hoofd kon tillen. Helaas heeft de degeneratie inmiddels genadeloos toegeslagen: ik vind een goedgevulde vulpen soms al een vorm van gewichtheffen.

Maar de liefde voor het boerenland is gebleven.

Daarom doet het mij pijn hoe er tegenwoordig over boeren wordt gesproken. Alsof iedere boer ’s morgens bij het eerste hanengekraai denkt: laat ik vandaag eens persoonlijk het klimaat om zeep helpen. De agrariër wordt geregeld neergezet als grote vervuiler, terwijl overal ter wereld bossen branden, oorlogen complete gebieden verwoesten, zware industrieën walmen en miljoenen vliegtuigen, schepen en vrachtwagens onafgebroken onderweg zijn.

En hier, op ons kleine Nederlandse speldeknopje op de wereldkaart, doen we soms alsof de planeet onmiddellijk geneest zodra de laatste koe haar koffer heeft gepakt.

Even een vraag tussendoor: hebt u op uw balkon weleens een krop sla gekweekt?

Prachtig hoor. Eerst wekenlang liefdevol water geven, bemoedigend toespreken en iedere slak persoonlijk uitzetten. Daarna kunt u er met het hele gezin ongeveer één boterham van beleggen. En dan is het wachten op de volgende oogst. Tegen die tijd hebt u waarschijnlijk al trek in het balkonhek.

We vergeten te gemakkelijk dat voedsel niet in een supermarkt wordt geboren. Melk groeit niet in een kartonnen pak, aardappelen ontstaan niet in een plastic zak en sperziebonen worden niet ’s nachts door vakkenvullers in elkaar geschroefd.

Aan ieder brood, ieder ei en iedere appel gaat arbeid vooraf. Vroege morgens, lange dagen, tegenvallende oogsten, stijgende kosten, onzeker weer en regels die soms sneller groeien dan het onkruid. Een boer kan niet tegen zijn koe zeggen: “Vandaag zijn we gesloten wegens administratieve omstandigheden.”

Wie boeren hun bestaanszekerheid afneemt, raakt uiteindelijk ook de voedselzekerheid van de burger. Dat klinkt misschien zwaar, maar onze geschiedenis heeft ons geleerd hoe dun de scheidslijn tussen overvloed en gebrek kan zijn.

Tijdens de Hongerwinter van 1944 - 1945 stierven naar schatting ongeveer twintigduizend Nederlanders door honger en de directe gevolgen daarvan. Het precieze aantal levens dat door boeren en hongertochten werd gered, kennen we niet. Maar vaststaat dat talloze uitgehongerde stedelingen naar het platteland trokken. Ze liepen of fietsten soms tientallen kilometers, op houten banden, met handkarren en met het laatste beetje kracht dat nog in hun lichaam zat.

Veel boeren gaven voedsel, deelden wat zij konden missen of ruilden eerlijk. Een zak aardappelen was toen geen bijgerecht, maar uitstel van de dood. Een brood was geen aanbieding, maar leven.

Natuurlijk waren niet alle boeren heiligen met een hooivork. Er waren ook profiteurs die voor een mud aardappelen sieraden, linnengoed of een half huis verlangden. In iedere beroepsgroep loopt wel iemand rond die zelfs van de nood nog een verdienmodel weet te maken. Maar zeer veel boeren hebben mensen geholpen en levens gered - vaak zonder ooit te weten hoeveel.

Dat is verleden tijd, zeggen we dan. Geschiedenis. Een vergeelde bladzijde.

Maar geschiedenis heeft de hinderlijke gewoonte opnieuw aan te bellen wanneer niemand haar lessen heeft onthouden.

We leven in onoverzichtelijke tijden. Oorlogen, blokkades, mislukte oogsten, gesloten grenzen en verstoorde handelsroutes kunnen de voedselvoorziening plotseling ontregelen. Dan blijkt een graankorrel uit eigen bodem meer waard dan een beleidsnota van vierhonderd pagina’s, inclusief bijlagen, voetnoten en een kleurenfoto van een tevreden ambtenaar.

Nederland hoeft niet ieder boontje, aardappeltje of korreltje graan van ver te halen. Wij hebben vruchtbare grond, kennis, vakmanschap en boeren. Niet om ze op te eten - daar zijn ze meestal wat taai voor - maar om dankzij hun werk zelf te kunnen eten.

Dat betekent niet dat er niets hoeft te veranderen. Natuurlijk moeten landbouw, natuur en leefomgeving met elkaar in evenwicht worden gebracht. Boeren begrijpen als geen ander dat uitgeputte grond uiteindelijk niets meer voortbrengt. Maar verandering moet samen met hen gebeuren, niet over hun hoofden heen. Wie boeren uitsluitend als probleem behandelt, vergeet dat zij een onmisbaar deel van de oplossing zijn.

Hoe harder de overheid duwt zonder werkelijk te luisteren, hoe groter het verzet zal worden. En dan gaan steeds meer burgers begrijpen dat het niet alleen om een boerderij, een stal of een weiland gaat. Het gaat ook om wat er morgen op hun bord ligt.

Je moet de kip met de gouden eieren niet slachten en vervolgens een onderzoekscommissie instellen om te ontdekken waarom er geen eieren meer komen.

Vergeet bovendien nooit: als het erop aankomt, is een boer een haantje. En een haantje laat zich niet zonder meer het erf af sturen. Dat blijft kraaien totdat zelfs Den Haag wakker wordt - al kan dat, gezien de diepe politieke slaap, enige tijd duren.

Wat gebeurt er wanneer we straks nauwelijks boeren overhouden?

Dan zijn vooral de mensen met een eigen moestuin in het voordeel. De rest moet leren leven van brandnetelsoep, gemalen trapleuning met jus of een schoonmoeder die nog een pak houdbare melk in de kelder heeft staan. Diëten wordt dan geen keuze meer, maar een nationale topsport.

Mijn devies is daarom eenvoudig: geef de boer een stoel aan iedere tafel waar over landbouw en voedsel wordt beslist. Luister, overleg, waardeer en vertroetel hem desnoods een beetje. Niet omdat iedere boer altijd gelijk heeft, maar omdat een land dat zijn voedselmakers wegjaagt vroeg of laat ontdekt dat je regels, rapporten en goede bedoelingen niet kunt eten.

Honger is geen romantisch gevoel van een knorrende maag. Honger is een gruwel. Het lichaam begint uiteindelijk zichzelf op te eten: vet, spieren en levenskracht verdwijnen, totdat van een mens weinig meer overblijft dan huid, botten en stilte.

Wie wil zoiets ooit nog meemaken?

Misschien helpt die vraag om met andere ogen naar onze boeren te kijken. Niet als lastige overblijfselen uit een ouderwets verleden, maar als hoeders van iets wat iedere dag opnieuw van levensbelang is.

Want onthoud dit goed:

Zolang er boeren zijn, kan er voedsel worden verbouwd. Maar wanneer we de boeren zelf gaan “oogsten”, blijft er uiteindelijk niemand over om voor óns te oogsten…

Een prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

 

Blog 16 augustus 2026

Jan C. van der Heide

HELGA, HET KATJE EN DE DIGITALE AZIJNZEIKERS

Als paragnost en therapeut krijg ik dagelijks berichten, vragen, opmerkingen, adviezen en soms teksten waarvan ik denk: is dit door een mens geschreven of heeft iemand zijn toetsenbord drie dagen in de azijn laten weken?

Helga, 76 jaar en hartstochtelijk dierenvriend, stuurde mij het volgende. Ze vindt het goed dat ik haar vraag in mijn blog beantwoord.

‘Ha Jan,

Ik ben een dierenvriend en zit ondanks mijn leeftijd van 76 jaar toch op sociale media. Via die weg probeer ik dingen voor dieren te bereiken. Laatst schreef ik iets over een katje. Het gaat te ver om te vertellen wat dat arme dier had meegemaakt.

Maar opeens kreeg ik reacties als: “vuile trut met je katje”, “dierenidioot”, “je poes komt tekort” en nog veel smeriger dingen. Ik slaap er niet meer van. Ik had het alleen maar over een katje! Hoe moet ik hiermee omgaan? Ik voel me naar door al die gewelddadige woorden.

Lieve groetjes, Helga.’

Lieve Helga,

Je vraag komt eigenlijk hierop neer: hoe ga je om met mensen die hun innerlijke vuilnisbak op jouw beeldscherm komen legen?

Mijn eerste advies is heel eenvoudig: Ga niet midden in die rotzooi staan.

Als iemand digitaal met modder gooit, hoef jij niet terug te gooien om te bewijzen dat jouw modder beter van kwaliteit is.

Op sociale media loopt een bijzonder soort mens rond. In het dagelijks leven zie je hem nauwelijks. Misschien staat hij keurig achter je bij de bakker en zegt hij zelfs: ‘Gaat u maar voor, mevrouw.’ Maar eenmaal thuis, gordijnen dicht, koffie erbij en toetsenbord onder de vingers, verandert hij in Rambo van de Reactieknop.

Dan moet plotseling iedereen eraan geloven.

De buurvrouw.
De minister-president.
De weerman.
Een onbekende mevrouw uit Appelscha.

En nu dus ook Helga en haar katje.

REGEL 1: NIET VOEREN

Dat staat bij sommige dieren in de dierentuin ook op het bordje en voor sociale media lijkt het me eveneens uitstekend advies.

Niet reageren.

Niet uitleggen.

Niet proberen iemand die jou ‘vuile trut’ noemt met een goed onderbouwd betoog van zeven alinea's tot andere gedachten te brengen.

De kans dat hij na jouw uitleg schrijft: ‘Beste Helga, hartelijk dank voor uw genuanceerde uiteenzetting. Ik heb mijn levenshouding onmiddellijk herzien’, lijkt mij betrekkelijk klein.

REGEL 2: ZIE HET ALS ONGEVRAAGDE ZELFRECLAME

Mensen die een wildvreemde uitschelden, vertellen vaak veel meer over zichzelf dan over degene die ze uitschelden.

Feitelijk hangen ze een digitaal reclamebord om hun nek:

‘Vandaag ben ik boos.’
‘Ik zit niet lekker in mijn vel.’
‘Mijn azijnvoorraad moet op.’
‘Niemand luistert naar mij, dus nu krijgt Helga ervan langs.’

Daar hoef jij niets mee. Jij bent geen gemeentelijke opvangplaats voor andermans frustraties.

REGEL 3: KOOP EEN GROTE ZAK ZOUT

Niet om naar ze te gooien, maar om hun woorden met flinke korrels te nemen.

Want achter zo'n afschuwelijke reactie zit nog altijd een mens. Misschien een eenzaam mens. Een teleurgesteld mens. Iemand die zelf ooit gekwetst is. Iemand die nooit geleerd heeft dat je een gedachte ook gewoon kunt hébben zonder hem onmiddellijk met hoofdletters en drie uitroeptekens de wereld in te slingeren.

Dat maakt het gedrag niet goed. Maar het kan wel helpen om het minder persoonlijk te nemen.

Misschien is de grootste armoede van sommige mensen wel dat ze alleen nog aandacht kunnen krijgen door onaardig te zijn.

En daar zit eigenlijk iets heel treurigs in.

MAAR ER IS EEN GRENS

Humor is prachtig. Begrip eveneens. Vergeven mag ook.

Maar als iemand je concreet bedreigt, zegt bij je langs te komen, je iets aan te zullen doen, of aantoonbaar ernstige leugens over je verspreidt, dan houdt het filosofische gedeelte op.

Bewaar de berichten en screenshots, blokkeer en rapporteer waar mogelijk en schakel zo nodig politie of juridische hulp in.

Begrip hebben voor iemand betekent namelijk niet dat je zijn deurmat moet worden.

EN NU, HELGA...

Ga alsjeblieft weer lekker slapen.

Jij schreef iets uit liefde voor een katje.

Dat is het hele verhaal.

Misschien zijn sommige mensen zelfs een beetje jaloers op dat katje. Dat kreeg immers jouw aandacht, jouw medeleven en jouw liefde - terwijl zij thuis achter hun toetsenbord zaten met alleen hun ergernis, een halflege mok koffie en niemand die over hun bolletje aaide.

En misschien moeten we zelfs voor hen een heel klein beetje mededogen bewaren.

Want het zou zomaar kunnen dat wanneer je zo'n digitale bullebak werkelijk zou ontmoeten, rustig tegenover elkaar met een kop koffie, je na een uur denkt: ‘Verdraaid… er zit toch nog een aardig mens in.’

Hij zat alleen tijdelijk verstopt achter een toetsenbord.

Dus lieve Helga:

Blijf van dieren houden. Blijf schrijven. Blijf jezelf. Blokkeer de rotzooi. Bewaar bewijs als het ernstig wordt. En laat nooit een wildvreemde met een toetsenbord bepalen hoe jij ’s nachts slaapt.

Een kat heeft negen levens. Een mens heeft er maar één.

Het zou toch zonde zijn om daarvan ook maar één nacht cadeau te doen aan een digitale azijnzeiker.

Welterusten, Helga. En geef het katje namens mij een aai.

Jan C. van der Heide

 

Blog 15 augustus 2026

Jan C. van der Heide

De Derde Wereldoorlog begint na de reclame

Generaal b.d. Pietje Puk met de Kadettenwangen, kolonel b.d. Balthasar van Bommel tot Stormram, Ridder in de Orde van de Losse Flodder, en - vooral niet vergeten - admiraal b.d. Berend Bullebak van Bakboord tot Bloedneus…

Er is een nieuwe generatie waarzeggers opgestaan!

Toen deze heren met pensioen gingen, kregen ze naast hun afscheidsborrel, bloemen en een ferme handdruk blijkbaar ook een kristallen bol mee. Persoonlijk gesigneerd door de Koning, met een paraafje van Amalia erbij voor het geval de toekomst moeilijk leesbaar zou zijn.

En sindsdien weten ze alles.

Vooral op televisie.

Daar schuiven ze aan op het bankpluche van de praatprogramma’s en kijken met een gezicht alsof ze zojuist persoonlijk de Russische generale staf, het Pentagon én Nostradamus aan de telefoon hebben gehad.

Laatst hoorde ik er eentje zeggen: ‘De Derde Wereldoorlog is eigenlijk al begonnen.’

Nou, bedankt!

Daar zit je dan thuis met je kopje koffie en je biscuitje.

Ik dacht meteen: man, houd je hoofd dicht!

Als je dan toch in de toekomst kunt kijken, zoek eens naar iets gezelligers. Vrede bijvoorbeeld. Een wapenstilstand. Een handdruk. Desnoods een internationale bingoavond - alles beter dan Wereldoorlog Nummer Drie alvast bij de kijker thuisbezorgen voordat hij überhaupt besteld is.

En bovendien: achter jullie naam staat b.d.

Dat betekent buiten dienst.

Niet: blijven dreigen.

Niet: beroepsdoemdenker.

En ook niet: binnenkort doden.

Gewoon: buiten dienst.

Mijn buurvrouw is ook buiten dienst en die voorspelt de wereldpolitiek minstens zo goed. Vorige week zei ze: ‘Jan, het loopt allemaal uit de hand.’ Daar had ze geen uniform, vier strepen en een militaire academie voor nodig. Ze stond gewoon met een vuilniszak bij de container.

Natuurlijk hebben oud-militairen kennis en ervaring. Luister vooral naar hun deskundigheid. Maar deskundigheid is iets anders dan de toekomst presenteren alsof de Derde Wereldoorlog donderdag om kwart over drie begint, na de reclame.

Woorden doen iets met mensen. Zéker woorden als wereldoorlog. Ze maken bang. Ze maken onrustig. Ze kunnen zelfs het gevoel oproepen dat oorlog onvermijdelijk is.

En juist dáár zit voor mij de angel.

Als je werkelijk zoveel verstand hebt van oorlog, zou je misschien nóg meer verstand moeten hebben van vrede.

Dus heren, pak die kristallen bol er nog eens bij. Even poetsen met een militaire, liefst schone,  zakdoek. Decoraties aan de kapstok. Sabel in de paraplubak.

Leesbril op.

En kijk nog eens héél goed.

Misschien staat er helemaal achterin, tussen Poetin, Trump, raketten, drones, generaals en geopolitieke ellende, een klein woordje dat al duizenden jaren probeert aandacht te krijgen:

VREDE.

Praat dáár eens over.

Hoe krijgen we mensen aan tafel?

Hoe voorkomen we escalatie?

Hoe zorgen we dat kinderen en kleinkinderen straks niet hoeven mee te maken waar jullie tijdens je actieve loopbaan juist voor werden opgeleid?

Een militair weet als geen ander wat oorlog kan aanrichten. Daarom zou juist een militair b.d. een geweldige ambassadeur van de vrede kunnen zijn.

Dat klinkt misschien minder stoer.

Je kunt er moeilijk met een tank overheen rijden.

Maar het resultaat is een stuk aangenamer.

Dus, generaal Pietje Puk met de Kadettenwangen, kolonel Balthasar van Bommel tot Stormram, Ridder in de Orde van de Losse Flodder en admiraal Berend Bullebak van Bakboord tot Bloedneus: zullen we de moed er een beetje in houden?

Niet voortdurend vertellen wanneer de Derde Wereldoorlog begint.

Vertel ons liever hoe we kunnen voorkomen dat hij ooit begint.

Moeilijk hè, voor een oude houwdegen om de wapens werkelijk neer te leggen?

Kijk dan maar even naar je kinderen en kleinkinderen.

En daarna nog één keer in die kristallen bol.

Misschien zie je ze staan.

Niet in uniform.

Niet in een schuilkelder.

Maar gewoon in de zon.

Dát lijkt me pas een voorspelling die het uitzenden waard is.

Een vredige en prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

 

Blog 12 augustus 2026

Jan C. van der Heide

ALSJEBLIEFT… VREDE

Lieve bloglezers,

Er lopen inmiddels miljarden mensen rond op deze aardbol. Presidenten, koningen, diplomaten, generaals, geestelijken, professoren, bemiddelaars, denkers en mensen die op televisie precies weten hoe een oorlog moet worden opgelost - vooral wanneer ze zelf veilig op de bank zitten.

En toch schijnt er niemand te zijn die tegen Poetin en Zelenski kan zeggen: ‘Heren, zullen we nu eens ophouden?’

Ik weet het: het klinkt kinderlijk eenvoudig.

Maar misschien is dat juist het probleem. We hebben van oorlog zoiets ingewikkelds gemaakt dat vrede bijna naïef is gaan klinken.

Ik moet steeds denken aan de paus. Niet omdat hij een toverstaf onder zijn witte gewaad heeft waarmee hij tanks in tractoren kan veranderen - hoewel dat buitengewoon praktisch zou zijn - maar omdat hij vertegenwoordiger is van een geloof waarin woorden als vrede, vergeving, naastenliefde en verzoening toch niet helemaal onbekend zijn.

Jezus sprak over een weg. Dan moet er toch ergens een weg zijn? Misschien geen snelweg. Misschien zelfs geen keurig geasfalteerd paadje met ANWB-bordjes: VREDE - nog 3 kilometer. Misschien is het maar een heel smal weggetje.

Maar één mens moet er als eerste overheen durven lopen.

Wat zou het mooi zijn wanneer de paus Poetin en Zelenski uitnodigde. Geen legers mee. Geen raketten. Geen generaals met landkaarten waarop pijlen staan. Gewoon drie stoelen, een tafel, koffie - vooruit, voor de liefhebber thee - en de deur pas weer open wanneer er werkelijk naar elkaar is geluisterd.

En dan niet beginnen met:

‘Jij hebt…’

maar met:

‘Hoe krijgen we dit gestopt?’

Want de geschiedenis heeft één ding overvloedig bewezen: oorlog kan verschrikkelijk lang doorgaan wanneer iedereen uitsluitend bezig blijft met gisteren. Vrede begint misschien wel met iemand die het lef heeft over morgen te praten.

Stel je voor…

Poetin staat op.

Zelenski staat op.

Ze kijken elkaar aan.

Geen van beiden vindt het leuk.

Dat hoeft ook helemaal niet.

Vrede sluiten is geen sollicitatie naar een nieuwe beste vriend.

Dan steekt één van beiden zijn hand uit.

De ander pakt hem aan.

En ergens aan het front kijkt een soldaat verbaasd op omdat het stil wordt.

Geen explosie.

Geen drone.

Geen schot.

Gewoon… stilte.

En misschien denkt ergens een moeder: ‘Mijn kind komt thuis.’

Daar kan eigenlijk geen enkele overwinning op het slagveld tegenop.

Is dit allemaal veel te simpel gedacht?

Misschien.

Maar oorlog wordt bedacht door mensen, voorbereid door mensen en gevoerd door mensen. Waarom zou vrede dan niet door mensen bedacht kunnen worden?

Misschien hebben we tussen alle strategen, generaals, veiligheidsadviseurs en geopolitieke deskundigen af en toe juist behoefte aan een simpele ziel die vraagt: ‘Waar zijn we in vredesnaam mee bezig?’

Ik blijf daarom koppig geloven dat het woord vrede altijd verder kan reizen dan degene die het opschrijft.

Misschien leest iemand het.

Misschien denkt iemand erover na.

Misschien vertelt diegene het verder, deelt het...

En misschien bereikt één klein woord ooit precies de mens die er iets mee kan doen.

Naïef?

Het zij zo.

Ik ben liever naïef vóór vrede dan verstandig vóór oorlog.

Alsjeblieft… vrede.

Nog een vredige dag verder...

Jan C. van der Heide

 

Blog 11 augustus 2026

Jan C. van der Heide

De ouwetjes doen het nog… maar soms moet iemand de stekker uit de microfoon trekken

Lieve bloglezers,

‘De ouwetjes doen het nog goed…’

Jazeker! En werkelijk op allerlei gebieden. Soms zelfs op gebieden waarvan de eigenaar zelf dacht dat de technische dienst het betreffende onderdeel definitief had afgeschreven.

Ik las laatst over een beroemde Nederlandse artiest op leeftijd die wat problemen had gekregen met zijn hulpstukken onder aan de buik. Midden in de nacht maakte hij zijn vrouw wakker en riep verrukt:

‘Kijk! Hij doet het weer!’

Ik werd er zelf bijna emotioneel van.

Kijk, dát zijn berichten waar een mens blij van wordt. Er is al genoeg ellende in de wereld. Als er ergens in Nederland na middernacht spontaan een lichaamsdeel opnieuw in bedrijf wordt gesteld, vind ik dat gewoon positief nieuws.

Maar nu die andere ouwetjes.

De artiesten die maar blijven optreden.

En blijven optreden.

En nóg een keer optreden.

Sommigen zingen al zo lang dat de microfoon inmiddels jonger is dan hun kunstgebit.

Wonderlijk genoeg zingen ze nog altijd glaszuiver. Geen valse noot te horen! Ze huppelen vocaal als jonge nachtegalen door de toonladder, terwijl de rest van het lichaam zichtbaar heeft besloten niet meer aan het programma deel te nemen.

Dan denk ik weleens: wat een stembanden!

Totdat ik me realiseer dat die stembanden misschien thuis in een la liggen.

Playback.

Een opname van twintig jaar geleden doet onvermoeibaar het zware werk, terwijl de artiest zelf probeert ongeveer tegelijkertijd zijn mond open en dicht te doen.

Het hoofd zingt Volare, het lichaam zegt: breng mij maar naar de uitgang.

En tóch blijven we applaudisseren.

Waarom eigenlijk?

Omdat iemand beroemd is geweest? Omdat we onze herinnering niet willen loslaten? Omdat er nog kaartjes verkocht kunnen worden? Of omdat niemand in de omgeving de moed heeft om liefdevol te zeggen:

‘Je hebt iets prachtigs opgebouwd. Je hebt mensen jarenlang ontroerd en vermaakt. Maar misschien is het nu genoeg.’

Want dáár zit voor mij de ernstige kant.

Ouder worden is geen gebrek. Kwetsbaar worden is geen schande. Niet meer kunnen wat je vroeger kon, is geen persoonlijk falen. Integendeel: iemand die tientallen jaren iets bijzonders heeft gepresteerd, verdient respect.

Juist daarom moet je zo iemand ook beschermen.

Tegen managers die nog een zaaltje zien.

Tegen organisatoren die nog een festivalletje zien.

Tegen familieleden die denken dat vader of moeder ‘er zo van opleeft’.

En misschien zelfs tegen de artiest zelf, die in zijn hoofd nog precies die man of vrouw van veertig jaar geleden is, met dat volle theater, die warme lampen en dat daverende applaus.

Er kan een moment komen waarop doorgaan geen eerbetoon meer is aan een carrière, maar langzaam een karikatuur ervan wordt.

En dan hoop ik dat er iemand dichtbij staat die niet zegt: ‘We hebben volgende maand nog drie boekingen.’

Maar: ‘Kom. We gaan naar huis. Het is mooi geweest.’

Dat is geen afwijzing.

Dat is liefde.

Want waardigheid zit niet alleen in weten wanneer je moet opkomen. Soms zit de grootste waardigheid in weten wanneer je onder applaus mag afgaan.

En mocht thuis midden in de nacht ineens blijken dat een bepaald hulpstuk tóch weer werkt…

Dan mag er natuurlijk gewoon een toegift komen.

Nog een prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

 

P.S. Nu hoor ik natuurlijk iemand achter in de zaal roepen: ‘Van der Heide, wordt het voor jou zo langzamerhand ook niet eens tijd om te stoppen?’

Nee.

Ik ben geboren op 29 februari. Administratief gezien ben ik dus nog lang niet volwassen. En zolang ik niet volwassen ben, lijkt stoppen mij buitengewoon onverantwoord.

Als alles meezit, bereik ik rond mijn honderdste eindelijk de puberteit.

Daarna zien we wel verder.

 

Blog 9 augustus 2026

Jan C. van der Heide

DE INSPECTIE INSPECTEREN…?

Een huisarts in Rhoon moet van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd per direct stoppen wegens alcoholgebruik. Punt. De inspectie heeft gesproken.

Dat haar patiënten haar al tientallen jaren op handen dragen omdat ze een uitstekende, menselijke en betrokken huisarts is, lijkt in zo’n procedure kennelijk vooral hinderlijke achtergrondinformatie.

Als ingrijpen noodzakelijk is: ingrijpen. Maar moet dat met de menselijke subtiliteit van een gemeentelijke afvalpers? Of de tedere aanpak van een bulldozer: alles plat en achteraf vragen of het pijn deed?

Ik ken de inspecties van de praktijk als therapeut. Handdoekjes? Check. Afvalbakje? Check. Brandblusser? Check. Wc-papier? Check. Stofvrij? Check. De inspecteurs zelf?

Tijdens een inspectie bij mij viel de mannelijke inspecteur zacht snurkend in slaap. Zijn vrouwelijke collega schopte hem onder tafel wakker. Sindsdien weet ik: de inspectie controleert alles.

Behalve soms zichzelf.

Misschien wordt het tijd voor een Inspectie voor de Inspectie.

Wel graag met voldoende wc-papier, een brandblusser en een wekker.

Prettige dag nog verder...

Jan C. van der Heide

 

Blog 8 augustus 2026

Jan C. van der Heide

GRATIS! En nu even afrekenen…

Lieve bloglezers,

Worden jullie ook zo regelmatig gebeld door bedrijven die je iets willen verkopen? Gas, licht, internet, verzekeringen, matrassen, zonnepanelen, onderbroeken met levenslange garantie… Ik vermoed dat er ergens een callcenter bestaat waar ze 's morgens eerst een kop koffie drinken en daarna op een grote knop drukken: "Val Jan lastig."

Meestal beginnen ze heel vriendelijk.

"Goedemiddag meneer, mag ik u even spreken?"

'Nee, eigenlijk en liever niet…', zeg ik soms, maar dat schijnt geen officieel antwoord te zijn.

Ik laat ze tegenwoordig niet eens aan hun verkooppraatje beginnen. Zodra ik hoor dat het een commerciële oproep is, roep ik enthousiast:

"IS HET GRATIS...? IS HET ÉCHT GRATIS...?"

Dan valt er meestal een stilte die je met een liniaal kunt opmeten.

"Misschien mag ik eerst even uitleggen..."

"Dat mag u beslist niet," antwoord ik vriendelijk. "Want als u gaat uitleggen, gaat u mij geld kosten en ik ben juist bezig met bezuinigen."

Soms probeer ik het muzikaal.

🎵 Gratis... hoepseja... tralala... gratis... ja ja... 🎵

Daarna wens ik ze een bijzonder prettige dag en neem afscheid met: "Dag meneer Gratis... dag mevrouw Gratis..."

Ik heb sterk het vermoeden dat mijn telefoonnummer daarna op een speciale lijst terechtkomt. Niet meer bellen. Geval zingt.

Heel soms heb ik de neiging om te zeggen: "Wat leuk dat u belt! Ik verkoop zelf ook iets. Mag ik u eerst een stofzuiger, drie goudvissen, een cursus breien voor beginnende nijlpaarden en een tweedehands sneeuwschuiver aanbieden? Daarna luister ik graag naar uw verhaal."

Vreemd genoeg hangen ze dan zelf op.

Ik vraag me trouwens af of die verkopers thuis óók worden gebeld.

"Goedemiddag, wilt u overstappen naar een andere energieleverancier?"

"Nee hoor, ik ben zelf de energieleverancier."

Dat lijkt me een heerlijk gesprek.

Het mooie is: het woord gratis werkt op telefonische verkopers als knoflook op een vampier. Ze krijgen er spontaan jeuk van. Ze willen je namelijk niets gratis geven. Nee, ze willen je iets verkopen. En vaak is het enige dat je uiteindelijk gratis krijgt... een hogere rekening.

Maar eerlijk is eerlijk... zonder al die telefoontjes zou ik nooit geweten hebben hoeveel bedrijven zich dagelijks zorgen maken om mijn financiële welzijn.

Dat ontroert me bijna.

Bijna...

Word jij ook weleens gebeld door enthousiaste verkopers? En hoe kom jij van ze af? Of heb jij misschien nóg leukere antwoorden? Ik houd me aanbevolen... gratis natuurlijk!

Prettige dag verder..!

Jan C. van der Heide

Blog 6 augustus 2026

Jan C. van der Heide

De kristallen bol heeft weer gesproken…

Lieve bloglezers,

Laatst vroeg iemand me: "Jan, heb je een goed advies om minder somber te worden?"

Ik vond dat een te belangrijke vraag om zelf te beantwoorden. Dus ik raadpleegde de kristallen bol. De bol begon eerst een beetje geheimzinnig te gloeien, kuchte een paar keer – hij heeft nog steeds last van spirituele hooikoorts – en sprak toen plechtig:

"Word eerst nog veel somberder."

Ik schrok er zelf ook een beetje van. "Hoe bedoel je dat?" vroeg ik.

De bol zuchtte diep. "Beste Jan, dat is toch volkomen logisch? Wat erger kan worden, kan daarna ook weer minder erg worden."

Daar zat wat in.

"En als iemand mager wil worden?" vroeg ik.

"Dan is het handig als hij eerst iets heeft om kwijt te raken," bromde de bol. "Van een lucifer kun je moeilijk tien kilo afvallen."

"En als iemand weer jong wil zijn?"

"Dan moet hij eerst oud worden. De natuur houdt nu eenmaal niet van vals spelen."

Ik begon de bol steeds serieuzer te nemen.

"En als iemand slimmer wil lijken?"

"Ga dan eens op sociale media discussiëren," antwoordde de bol. "Na vijf minuten voel je je vanzelf een professor."

"En als iemand rijk wil worden?"

"Begin dan met een hobby die geld kost. Grote kans dat je daarna heel creatief wordt met je portemonnee."

Ik knikte eerbiedig.

De bol werd steeds enthousiaster.

"Wil je genieten van stilte? Neem eerst een buurman die elke zaterdagmorgen om half acht besluit dat de heg dringend een kettingzaag nodig heeft."

"Wil je waardering voor gezond eten? Eet dan eerst een week lang alleen patat, frikandellen en slagroomgebak. Je verlangt vanzelf naar een worteltje."

Ik moest lachen.

De bol glimlachte tevreden – voor zover een kristallen bol kan glimlachen.

Toen werd hij weer ernstig.

"Weet je, Jan… mensen zoeken vaak ingewikkelde antwoorden op eenvoudige vragen. Maar het leven laat zich niet altijd vangen in logica. Soms is humor de kortste weg naar een lichter hart."

Ik bedankte de bol vriendelijk.

Hij gaf nog één laatste wijze raad mee:

"Neem het leven serieus… maar vooral niet té serieus. Anders gaat het leven straks denken dat jij geen gevoel voor humor hebt."

Ik geloof dat de bol daar dit keer verrassend veel gelijk in had.

Een prettige dag verder…

De bol & Jan

Blog 5 augustus 2026

Jan C. van der Heide

Het geheim van morgen

Lieve bloglezers,

‘Wie weet wat er in de toekomst gaat gebeuren?’, vroeg ik vanmorgen aan de kristallen bol.

De bol zweeg even en zei toen: ‘Niemand. Ik ook niet. Niet echt. Hooguit kunnen mensen vermoeden, hopen, vrezen of fantaseren. Maar de toekomst laat zich door niemand volledig kennen.’

Eigenlijk vond ik dat een verrassend wijs antwoord van een kristallen bol.

De toekomst blijft misschien wel het grootste mysterie dat er bestaat. We proberen haar te voorspellen met wetenschap, statistieken, modellen, dromen, astrologie, glazen bollen en soms zelfs met ons gezonde verstand. En toch gebeurt het leven regelmatig nét even anders dan we hadden bedacht.

Als je aan de toekomst van de hele wereld denkt, aan de aarde, de sterren en het oneindige heelal, kun je gemakkelijk verdwalen in het besef hoe klein wij eigenlijk zijn.

Laten we daarom dichter bij huis blijven.

Weet jij nu al wat je volgende week zult eten? Waar je precies zult zijn? Welke kleding je overmorgen aantrekt? Met wie je onverwacht in gesprek raakt? Misschien denk je het te weten. Misschien loopt het ook precies zo. Maar zeker weten... dat is iets anders.

Misschien is dat juist de schoonheid van het leven. Als alles vast zou liggen, zou verwondering verdwijnen. Dan zouden toevallige ontmoetingen geen verrassingen meer zijn, zou hoop overbodig worden en zouden nieuwe kansen hun glans verliezen.

Ooit hoorde ik in een film een zin die mij nooit meer heeft losgelaten: 'Leef vandaag alsof het je eerste én je laatste dag ware...'

Wie hem heeft bedacht, weet eigenlijk niemand. Misschien een Griekse wijsgeer, misschien een zenmeester, misschien iemand die eenvoudig had geleerd hoe kostbaar een gewone dag kan zijn.

Hoe langer ik leef, hoe meer ik denk dat die woorden niet gaan over morgen, maar over vandaag. De eerste dag… met de nieuwsgierigheid van een kind. De laatste dag… met de dankbaarheid van iemand die beseft dat niets vanzelfsprekend is.

Misschien hoeven we de toekomst niet te bezitten om gelukkig te zijn. Misschien is het voldoende haar met open handen tegemoet te lopen, terwijl we het heden niet voorbij laten glippen.

En de kristallen bol? Die glimlachte slechts. Misschien wist hij toch iets.

Of misschien wist hij juist dat niemand alles hoeft te weten.

Misschien is de toekomst niet verborgen omdat we haar niet mógen kennen, maar omdat het leven anders zijn grootste geschenk zou verliezen: de verrassing.

Wie alles van morgen zou weten, zou een groot deel van vandaag verliezen.

Een prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

 

Blog 4 augustus 2026

Jan C. van der Heide

GELEKT UIT DEN HAAG… OF TOCH NIET?

Lieve bloglezers,

Voordat ik begin eerst even een uiterst serieuze mededeling. Wat u nu gaat lezen zijn onbevestigde berichten. Geruchten. Fluisteringen. Haagse echo's. Kortom: neem het met een vrachtwagen vol korrels zout.

Maar... zoals we allemaal weten wordt er al jaren een steeds dikker tapijt van wetten, regels, richtlijnen, protocollen, uitvoeringsbesluiten, aanvullingen, verduidelijkingen, uitzonderingen op uitzonderingen en voorschriften over Nederland uitgerold.

Sommige Nederlanders lopen inmiddels niet meer óp het tapijt, maar eronder. Daar hoor je af en toe nog een zacht stemmetje roepen: "Mag ik hier eigenlijk wel ademen...?"

Nu schijnt het – ik zeg nadrukkelijk: schijnt – dat er op de Haagse apenrots alweer druk wordt vergaderd. Zelfs tijdens de vakantie. Want een ambtenaar op vakantie blijft natuurlijk een ambtenaar. Hij neemt hooguit een andere broodtrommel mee.

Er wordt gefluisterd dat men zich momenteel buigt over een uiterst prangende kwestie: seks tussen robots.

Want ja... waar mensen zijn, komen regels. En waar robots zijn, blijkbaar ook.

Er zou zelfs een conceptnota circuleren van ruim 1.483 pagina's met de voorlopige titel: 'Handreiking Robotintimiteit Openbare Ruimte – versie 0.0.38b, voorlopig definitief.'

Volgens die onbevestigde berichten mogen twee robots elkaar binnenkort nog slechts liefdevol aankijken na het aanvragen van een digitale knuffelvergunning, voorzien van QR-code, DigiD en een verklaring dat geen van beide partijen softwarematig onder druk is gezet.

Damesrobots zouden bovendien verplicht worden een veiligheidsharnas te dragen tijdens het boodschappen doen. Je weet immers nooit of er bij het schap met schroefjes spontaan vonken overslaan.

Voor herenrobots is er dan weer goed nieuws. De verplichte peniskoker zou komen te vervallen. Niet uit progressieve overwegingen... Maar omdat voortplanting volgens de nieuwste inzichten plaatsvindt via geluidsgolven.

Het enige wat twee robots nog hoeven te doen is elkaar aankijken en gezamenlijk "BIEP..." zeggen. Negen maanden later wordt er een USB-stick geboren.

Toch heeft dit systeem ook voordelen.

Kom je een verliefd robotstel tegen terwijl het ene robothondje het andere robothondje liefdevol naar huis duwt, dan hoef je niet bang te zijn voor gênante taferelen.

Je hoort automatisch Nederland 1. Waarom precies weet niemand. Waarschijnlijk omdat zelfs de robots behoefte hebben aan iets rustgevends na alle regelgeving. En het mooiste van alles? Volgens de geruchten staat Nederland 1 dag en nacht aan op alle ministeries. Niet uit verplichting... Maar voor de algemene ontwikkeling van de ambtenaren.

Of dat waar is?

Geen idee.

Maar één ding weet ik inmiddels wel zeker. Mocht dit ooit echt gebeuren...

...dan verschijnt er binnen een week een handleiding van 327 pagina's waarin precies staat hoe je een robot géén kus mag geven. En die handleiding krijgt natuurlijk weer een aanvulling. Met bijlage. En een wijzigingsbesluit. En een evaluatiecommissie. Zo... nu weet u weer precies… niets...

En dat is tegenwoordig soms de betrouwbaarste informatie die er bestaat.

Prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

 

Blog 3 augustus 2026

Jan C. van der Heide

De eeuwige zoektocht naar de ware… of naar jezelf?

Vraag

Ha Jan,

Jij bent therapeut en ik heb een vraag voor je. Hoe denk je over mensen als mevrouw M. die hebben steeds een nieuwe liefde in de media dat kan je allemaal volop lezen. En dan gaat die liefde weer over en dat kan iedereen ook weer overal lezen. En dan beginnen ze weer aan een nieuw iemand, wat ook weer niet goed gaat, die liefde. Wat is er dan met zo iemand aan de hand steeds een nieuwe liefde dat misloopt…?’.

Doei Ronald

 

Antwoord

Hoi Ronald,

Wie mevrouw M. precies is weet ik eerlijk gezegd niet, en dat is misschien maar goed ook en wil het overigens ook niet weten. Vandaag is het mevrouw M., morgen meneer K., overmorgen buurman B. en volgende week blijkt de goudvis ook ineens een liefdescoach te hebben. We spelen dus niet op de persoon. Iedereen verdient respect, ook als Cupido af en toe met een blinddoek én een navigatiesysteem uit 1983 rondloopt.

Maar je vraag is wel interessant.

Sommige mensen beleven de liefde alsof ze een gratis proefabonnement hebben afgesloten. Na drie maanden volgt de mededeling: "Bedankt voor uw belangstelling. Wij wensen u veel succes bij uw volgende relatie." En hup... op naar de volgende.

Je kunt verliefd worden op een mens... maar ook op een droombeeld. Het lastige is dat een droombeeld nooit zijn sokken naast de wasmand legt, niet snurkt, geen tandpasta in de wastafel achterlaat en ook niet zegt: "Schat, waar ligt de afstandsbediening?"

Na verloop van tijd blijkt dat prins of prinses toch gewoon een mens is. Met eigenaardigheden, gebruiksaanwijzingen en soms zelfs een handleiding van vierhonderd pagina's. En dan denkt de ander: "O nee... ik heb de verkeerde besteld."

Vervolgens begint de zoektocht opnieuw. Nieuwe vlinders, nieuwe romantiek, nieuwe foto's, nieuwe interviews... en een paar maanden later weer dezelfde verhuisdozen. De liefde krijgt dan wel erg veel kilometers op de teller.

Dat hoeft overigens helemaal niet te betekenen dat iemand een slecht mens is. Integendeel. Vaak zijn het mensen die oprecht verlangen naar liefde, maar steeds hopen dat de volgende relatie alle antwoorden zal geven. Alleen... als je jezelf telkens meeneemt naar een nieuwe relatie, neem je ook je oude patronen gezellig mee. Die reizen gewoon gratis mee in de achterbak.

Misschien is de mooiste vraag niet: "Heb ik de juiste partner gevonden?" Maar: "Ben ik zelf een prettige partner om mee samen te leven?" Dat is een vraag die de roddelbladen zelden op de voorpagina zetten.

En eerlijk gezegd is dat jammer. Want dáár begint vaak de mooiste liefdesgeschiedenis.

Dag Ronald.

Groetjes,

Jan

Blog 31 juli 2026

Jan C. van der Heide

Welke kleur heeft jouw muilkorf?

Lieve bloglezers,

Vandaag wil ik stilstaan bij een onderwerp dat ons allemaal aangaat: de vrijheid van meningsuiting.

Durf jij werkelijk alles te zeggen wat je denkt? Ik bedoel niet: iemand beledigen, zwartmaken of ongefundeerde beschuldigingen uiten. Ik bedoel iets veel eenvoudigers: je houden aan de feiten, zorgvuldig formuleren en alleen zeggen of schrijven wat aantoonbaar waar is.

Toch aarzelen veel mensen. Niet omdat ze liegen, maar omdat ze zich afvragen wat de gevolgen kunnen zijn van een eerlijke mening. Soms zwijgen we uit voorzichtigheid, soms uit zelfbescherming en soms omdat we de discussie liever uit de weg gaan.

Een ongemakkelijke vraag daarom: welke kleur heeft jouw muilkorf?

Misschien bestaat hij uit angst voor kritiek. Misschien uit sociale druk. Misschien uit de vrees om buitengesloten te worden. Of misschien is hij zo comfortabel geworden dat je niet eens meer merkt dat je hem draagt.

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Maar die vrijheid leeft pas echt als mensen zonder angst feiten kunnen benoemen, vragen mogen stellen en op een respectvolle manier van mening mogen verschillen.

Misschien is de grootste uitdaging van deze tijd niet of we mógen spreken, maar of we het nog dúrven…

Een prettige dag verder...!

Jan C. van der Heide

 

Blog 30 juli 2026

Jan C. van der Heide

DNA? Ik wist niet dat ik zó internationaal was…

Laatst vroeg iemand mij heel serieus: 'Heb jij het al gedaan?' Ik schrok een beetje. Tegenwoordig kan zo'n vraag van alles betekenen. Heb ik mijn zonnepanelen al besteld? Mijn testament gemaakt? Een heup laten vervangen?

'Wat bedoel je?' vroeg ik voorzichtig.

'Een DNA-test natuurlijk! Dan weet je eindelijk waar je vandaan komt. Wie je voorouders waren. Je ontdekt jezelf!'

Nou... nieuwsgierig ben ik van nature. Ik besloot mijn DNA beschikbaar te stellen. Aan een gerenommeerd internationaal instituut... en voor de zekerheid ook aan de Nederlandse boevendatabank. Je weet maar nooit, misschien zat er ergens nog een zakkenroller uit 1723 tussen mijn voorouders.

Na maanden van wetenschappelijk gepeuter, eindeloos turen door microscopen en waarschijnlijk een paar koppen koffie te veel, kwam het rapport binnen.

Gaat u eerst even goed zitten. Niet op een campingstoeltje, maar op iets stevigs. Mijn familiegeschiedenis blijkt namelijk drukker te zijn geweest dan Schiphol op de eerste vakantiedag.

Drie procent van mijn voorouders kwam uit Euro-Azië. Dat verklaart meteen waarom ik dol ben op Indisch en Chinees eten en waarom ik in gedachten altijd denk dat ik een sterrenkok ben... totdat iemand anders het proeft.

Tien procent blijkt Mongools te zijn. Ineens snap ik waarom ik paarden zulke prachtige dieren vind. Bij een manege krijg ik spontaan een gevoel van thuiskomen. Alleen mijn paard denkt daar meestal anders over…

Verder schijnt er een flinke scheut Noord-Amerikaans pioniersbloed door mijn aderen te stromen. Dat verklaart waarom ik soms de neiging heb een schuur te willen bouwen... terwijl ik nog geen vogelhuisje recht kan timmeren.

En toen kwam mijn favoriete verrassing. Er stroomt ook Indiaans bloed door mijn aderen. Ik voelde mij onmiddellijk vereerd. Eindelijk begrijp ik waarom ik vroeger als kind al liever naar de wolken keek dan naar de televisie. Als iemand mij tegenwoordig 'Witte Veer' noemt, beschouw ik dat als een compliment. Al vermoed ik dat mijn kapper daar een andere verklaring voor heeft.

Ook schijnt er Moluks bloed door mijn aderen te stromen. Daar ben ik oprecht trots op. De trouw, moed en waardigheid van zoveel Molukse families verdienen respect. De geschiedenis heeft hen lang niet altijd recht gedaan.

En toen kwam de grootste schok van allemaal.

Friesland.

Ja... ik blijk af te stammen van een Friese pake. Volgens de overlevering tilde hij met één hand een complete ploeg boven zijn hoofd. Ik heb dat talent helaas niet geërfd. Ik krijg de barbecue amper van het terras.

Maar na al die percentages, grafieken, kleurenkaartjes en indrukwekkende wetenschappelijke termen bleef uiteindelijk maar één conclusie over.

Blijkbaar ben ik een wandelende internationale vergadering. Een beetje van hier. Een beetje van daar. En waarschijnlijk een minuscuul percentage Neanderthaler dat zich af en toe meldt als ik mijn autosleutels weer eens kwijt ben.

Het mooiste van zo'n DNA-test is misschien niet waar je vandaan komt. Het mooiste is dat je ontdekt hoe ongelooflijk door elkaar de mensheid eigenlijk is.

Misschien zijn we allemaal familie van elkaar... alleen heeft de één de familiedag iets eerder verlaten dan de ander.

Dus voordat we elkaar indelen in vakjes, hokjes, landen, kleuren, geloven of politieke kampen... ...kunnen we misschien beter eerst een DNA-test doen.

Er bestaat namelijk een redelijke kans dat degene op wie je neerkijkt, genetisch gezien gewoon een verre achterneef blijkt te zijn.

Dat zou een ongemakkelijke barbecue kunnen worden.

Prettige dag verder!

Jan C. van der Heide

 

Blog 29 juli 2026

Jan C. van der Heide

De dag waarop privacy een uitzondering wordt

De wet op de privacy is in Nederland uitstekend geregeld. Gelukkig maar. Niet iedereen mag zomaar in onze persoonsgegevens neuzen. Gemeenten, bedrijven en andere organisaties mogen gegevens niet naar hartenlust aan elkaar koppelen. Dat is een groot goed.

Maar elk grondrecht kent een grens.

Zodra de staatsveiligheid serieus in het geding komt, verschuift de balans. Dan blijken deuren open te kunnen gaan die normaal gesloten blijven. Veiligheidsdiensten en de overheid krijgen, binnen de grenzen van de wet, bevoegdheden die onder normale omstandigheden ondenkbaar lijken.

Dat is op zichzelf begrijpelijk. Een land moet zich kunnen verdedigen tegen terrorisme, spionage, oorlog of andere ernstige bedreigingen.

Toch stemt het mij tot nadenken. Want uiteindelijk blijkt geen enkel recht onaantastbaar. Vrijheid, privacy en zelfs de vrijheid van meningsuiting kunnen onder uitzonderlijke omstandigheden worden beperkt wanneer de overheid meent dat het algemeen belang of de veiligheid zwaarder weegt.

Ik beweer niet dat dit lichtvaardig gebeurt. Ik zeg alleen dat het kán. En juist daarom is het goed dat burgers kritisch blijven, vragen blijven stellen en zich realiseren dat vrijheid nooit een vanzelfsprekend bezit is. Ze leeft bij de gratie van waakzaamheid.

Want de geschiedenis leert ons één les keer op keer: uitzonderingen die tijdelijk bedoeld zijn, hebben soms de merkwaardige neiging langer te blijven bestaan dan aanvankelijk werd gedacht.

 Een prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

Blog 27/28 juli 2026

Jan C. van der Heide

De Meilandjes als boeren… Nederland is gewaarschuwd!

Lieve bloglezers,

Ik moet iets opbiechten... Ik ben fan van de Meilandjes.

Niet een klein beetje. Nee, zó erg dat ik gerust een avond naar Martien kan kijken terwijl hij een deur probeert open te doen die al open staat. Dat is televisie van de buitencategorie.

Nu hoorde ik dat de familie een paar weken een boerderij gaat runnen, zodat een echte boerenfamilie eindelijk eens vakantie kan vieren.

Ik vermoed dat die boer op Schiphol pas rustig ademhaalt als het vliegtuig boven Spanje hangt. "Nou Grietje... de verzekering is betaald... de schuur staat nog overeind... God zij met ons."

Ik hoop alleen dat de Meilandjes géén melkveehouderij krijgen. De koeien hebben daar namelijk nooit voor gekozen. De eerste koe ziet Martien aankomen en roept tegen de rest: "Meiden... allemaal de wei in! Het circus is gearriveerd!" Martien stapt de stal binnen alsof hij de finale van het Eurovisie Songfestival presenteert. "Wát een uiers... Wáánzinniggg!"

Drie koeien vallen flauw. Eén stier vraagt direct psychologische hulp.

Erica neemt vervolgens het melken over. Na vijf minuten vraagt de koe of de dierenambulance alvast gebeld kan worden. "Mevrouw..., je hoeft niet zo hard te trekken.., ik geef echt alles... ook de melk van volgende week."

Maxime probeert ondertussen een kalfje te knuffelen. Na een uur blijken ze allebei emotioneel afhankelijk van elkaar te zijn geworden. Er wordt een therapeut bijgehaald.

Montana besluit dat een pluchen koe veel minder onderhoud vraagt. Die hoeft alleen af en toe uitgeklopt te worden. Slim bekeken.

De boerderij verandert langzaam in een compleet dierenpark. Martien wordt officieel benoemd tot haan. Hij hoeft alleen iedere ochtend om vijf voor zes te kraaien. Na de tweede ochtend dienen de echte hanen een klacht in wegens oneerlijke concurrentie.

De kippen leggen uit protest vierkante eieren. De ganzen vragen asiel aan in België. De geiten staan inmiddels op het dak. Niet omdat ze dat graag willen... Maar omdat ze beneden gek worden van Martien.

De schapen lopen elkaar achterna. Niet uit kuddegedrag. Ze proberen allemaal tegelijk de uitgang te vinden.

Zelfs de tractor krijgt een burn-out. Hij start alleen nog op na een mindfulnesssessie.

Erica bewaakt het erf alsof Fort Knox er niets bij is. Een vlieg die zonder toestemming over het hek vliegt, moet zich eerst legitimeren. De postbode meldt zich tegenwoordig twee dagen van tevoren schriftelijk aan. Zelfs de wind durft alleen nog op afspraak te waaien.

En dan het hoogtepunt...

Het moment waarop Martien besluit de dieren toe te spreken. "Lieve koeien...". Waarop de koeien gezamenlijk antwoorden: "Nee hoor... wij hebben vandaag al genoeg geleden."

De boer komt na drie weken terug van vakantie. Hij kijkt over zijn erf. De kippen zitten in de boom. De koeien lopen vrijwillig naar de melkfabriek. De schapen hebben een ondernemingsraad opgericht. De tractor volgt therapie. De hond draagt oordoppen. En de haan... ...heeft zich ziek gemeld.

De boer vraagt met trillende stem: "Wat... is... hier... gebeurd?"

Waarop Martien breed glimlacht en zegt: "Ach joh... het liep allemaal wáánzinnig!"

Ik weet één ding zeker. Als dit echt op televisie komt, zit ik met een grote emmer popcorn op schoot. Niet om naar de mensen te kijken... Maar naar de gezichten van de koeien.

Want volgens mij krijgen die als eersten door dat ze in een komedie zijn beland…

Een prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

Blog 26 juli 2026

Jan C. van der Heide

De besmettelijke mopperziekte

Lieve bloglezers,

Van de week sprak ik op straat een oudere man. Hij keek alsof hij persoonlijk verantwoordelijk was voor alle regenbuien van de afgelopen twintig jaar.

Hij zuchtte diep en zei: "Wat is de wereld toch verrot, hè..."

Ik wist niet of ik 'ja', 'nee' of 'gecondoleerd' moest zeggen.

Maar hij was nog lang niet klaar. "Onze Lieve Heer moet al die zondaars maar eens van de aarde halen..."

Ik antwoordde voorzichtig:
"Goh..."

Dat bleek de verkeerde reactie. Vanaf dat moment ging het gas erop.

Zijn kinderen deugden niet.
Zijn vrouw deugde niet.
Zijn familie deugde niet.
De buren deugden niet.
De politiek deugde niet.
Het weer deugde niet.
Zelfs zijn rollator kraakte volgens hem met opzet.

Na een kwartier concludeerde ik: "Dan bent u waarschijnlijk de enige die nog wél deugt?"

Hij keek me vernietigend aan.

Ik zei:
"Of... bent u misschien zelf ook een deug-niet?"

Dat was het moment waarop ik, ondanks mijn beroemde eksterogen, besloot dat mijn overlevingskansen elders groter waren. Ik zette een sprint in waarvan de Olympische Commissie nog steeds de camerabeelden opvraagt.

Thuisgekomen voelde ik me ineens vreemd. Uit voorzorg trok ik mijn regenpak aan. Je weet maar nooit met zoveel somberheid in de lucht.

Vervolgens ben ik hartverscheurend gaan huilen.

Mijn vrouw trof mij later aan in een halfvol bad, gevuld met ongeveer vijftig procent water en vijftig procent tranen.

"Wat dóé jij?" vroeg ze.

"Ik probeer de Noordzee bij te vullen," snikte ik tussen mijn tranen door.

Ze hielp me uit bad, want door al dat gejammer had ik blijkbaar geen spierkracht meer over.

De volgende ochtend werd ik wakker en schrok van mezelf.

Het eerste wat ik zei was: "Wat is de wereld toch verrot..."

Mijn vrouw keek me bezorgd aan.

"Help," zei ik. "Ik heb de moppergriep opgelopen!"

Sindsdien let ik goed op.

Als iemand begint met: "Alles gaat naar de knoppen..."

houd ik automatisch anderhalve meter afstand.

Niet vanwege een virus... maar uit pure zelfbescherming.

Want negativiteit is soms net een verkoudheid. Voor je het weet loop je zelf ook te mopperen op de zon omdat die te fel schijnt, op de regen omdat hij te nat is, en op maandag... omdat het maandag is.

Gelukkig bestaat er een uitstekend medicijn. Een flinke dosis humor. En mocht dat niet helpen...

…dan trek ik gewoon weer mijn regenpak aan…

Een prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

 

Blog 25 juli 2026

Jan C. van der Heide

De camera's van Huize Avondrood

Lieve bloglezers,

Volgens onbevestigde berichten zijn er piepkleine cameraatjes aangetroffen in Huize Avondrood. Geen idee wie op dat lumineuze idee is gekomen, maar ik zou die persoon toch vriendelijk willen adviseren zich eens te laten nakijken. Bij voorkeur door iemand zonder camera.

In Huize Avondrood wonen uitsluitend mensen van rond de 110 jaar. Een leeftijd waarop je blij bent als je je sleutels nog kunt vinden, maar kennelijk vond iemand het noodzakelijk hun complete liefdesleven in Full HD vast te leggen. Neem Gerrit van 112 en Marloes van 111.

Ze hadden een romantische afspraak. De camera's draaiden op volle toeren. De beveiligers gingen er eens goed voor zitten. Popcorn erbij. "Nu gaat er wat gebeuren," dachten ze. En inderdaad...

Gerrit zette thee.

Marloes sneed een plak cake af.

Na de thee gaf Marloes liefdevol het kunstgebit van Gerrit een opfrisbeurt onder de kraan. Vervolgens hield ze het voor haar eigen mond. "Moet je kijken, Gerrit," riep ze. "Nu lijk ik net op George Clooney... na een botsing met een tractor." Ze schoten allebei in de lach.

Daarna probeerden ze elkaars leesbril op. Gerrit zag ineens drie Marloessen en besloot dat hij de jackpot had gewonnen.

De beveiligers bleven hoopvol kijken. "Nu gaat het gebeuren..." En ja hoor... Er brak een spectaculair gevecht uit.

Geen kussengevecht.

Geen bokswedstrijd.

Een complete wc-rollenoorlog.

Binnen vijf minuten leek de gang op een wintersportgebied voor mummies. Overal slingers wc-papier. Gerrit gleed uit over een velletje met twee bloemetjes. Marloes riep triomfantelijk dat zij had gewonnen op punten.

De mensen achter de camera's zuchtten diep. "Is dit alles?"

Nee.

Want toen kwam de grootste verrassing.

Gerrit keek geheimzinnig om zich heen en fluisterde: "Marloes... kom eens mee." Samen verdwenen ze... ...onder het bed.

Daar hingen namelijk géén camera's.

Na een kwartier kwamen ze weer tevoorschijn. "Wat hebben jullie daar gedaan?" vroeg iemand nieuwsgierig.

"De afstandsbediening gezocht," zei Gerrit. "En gevonden?" vroeg men. "Nee," zei Marloes. "Maar wel mijn pantoffel uit 2037."

Zo zie je maar weer.

Sommige mensen denken dat je met camera's alles kunt zien. Maar gezond verstand blijkt nog altijd de grootste blinde vlek…

Een prettige dag verder!

Jan C. van der Heide

 

Blog 23 juli 2026

Jan C. van der Heide

De kristallen bol, het koffiedik en drie kroketten

Lieve bloglezers,

Ik vind het altijd een gewaagde onderneming van de kristallen bol. Terwijl de rest van de wereld braaf het nieuws volgt, gluurt de bol stiekem in een kopje koffiedik om te zien wat de toekomst van plan is.

Toevallig ving ik een gesprek op tussen de kristallen bol en het koffiedik.

"Heb jij nog iets interessants?" vroeg de bol.

"Zeker," bromde het koffiedik. "Maar neem me niet te serieus, ik ben tenslotte koffiedik."

Dat vond ik eerlijk.

Nu staat koffiedik lezen bekend als een wat duistere bezigheid. Er hangt letterlijk een luchtje aan en het ziet er ook niet bepaald vrolijk uit. Maar eerlijk is eerlijk: soms komt er verrassend bruikbare informatie uit.

En dit keer ging het niet over morgen of volgende week, maar over de komende winter.

Volgens het koffiedik moeten we rekening houden met schaarste op allerlei gebieden. Niet alleen gas, water en elektriciteit kunnen duurder of schaarser worden, ook de voedselvoorziening kan onder druk komen te staan. Als dat gebeurt, zullen prijzen zich waarschijnlijk gedragen alsof ze meedoen aan het polsstokhoogspringen: steeds een stukje hoger.

Het advies uit de bol was dan ook opvallend nuchter. Geef niet meteen je hele vakantiegeld uit aan cocktails met een papieren parapluutje. Laat de dertiende maand niet direct verdampen in impulsaankopen. Een spaarpot is misschien minder spannend dan een strandbedje, maar hij klaagt tenminste niet als de boodschappen weer duurder worden.

Zorg dus voor een paar appeltjes voor de dorst. En als echte appeltjes straks ook onbetaalbaar worden... dan maar een paar peren.

Mocht het financieel echt lastig worden, dan hoop ik van harte dat weggeefkasten straks als paddenstoelen uit de grond schieten. Ze zijn vaak veel waardevoller dan menige beleidsnota.

En laten we vooral hopen dat niemand op het lumineuze idee komt om die ook nog weg te reguleren.

Mocht het allemaal toch tegenvallen, dan blijft er nog één laatste noodplan over: lunchen op het gemeentehuis. Naar verluidt zijn de prijzen daar soms vriendelijker dan in de supermarkt. Een kroket schijnt daar nog wel eens een sociaal karakter te hebben.

Al moet ik er eerlijk bij zeggen dat de verhalen uiteenlopen. Volgens sommigen blijft het keurig bij één kroket. Volgens anderen is drie kroketten de officiële ambtelijke eenheid van lunch. De waarheid zal, zoals zo vaak, ergens tussen de mosterd en de mayonaise liggen.

En mocht de broek daarna wat strakker gaan zitten, dan is er vast wel weer een vitaliteitsproject, een beweegweek of een elektrische step beschikbaar. Vooruitgang heet dat.

Kortom: neem de toekomst serieus, maar verlies vooral uw gevoel voor humor niet. Want wie kan lachen terwijl hij zijn portemonnee opent, is misschien nog wel rijker dan hij denkt.

En voor de zekerheid... ik geef slechts door wat ik toevallig opving tussen een kristallen bol en een kopje koffiedik.

Een prettige dag verder!

Jan C. van der Heide

Blog 22 juli 2026

Jan C. van der Heide

Wie heeft er eigenlijk gelijk…?

Lieve bloglezers,

Waar wil ik het vandaag eens over hebben? Eigenlijk nergens speciaal over. De mooiste onderwerpen dienen zich vaak vanzelf aan. En vandaag moest ik opeens denken aan ondernemers. Aan de eenpitters, de zzp'ers, de mensen die in hun eentje iets proberen op te bouwen.

Zelf ben ik al meer dan een halve eeuw zelfstandig ondernemer. In al die jaren heb ik één les geleerd die ik graag wil delen: luister naar goede adviezen, maar lever je gezonde verstand en je intuïtie nooit helemaal in.

In 2011 maakte ik een website voor mijn praktijk en webshop. Ik richtte die in zoals ik vond dat hij moest zijn: met ruimte voor verschillende onderwerpen, invalshoeken en interesses. Niet volgens een vast marketingboekje, maar op een manier die bij mij paste.

Dat leverde de nodige kritiek op. Ongevraagd kreeg ik adviezen van mensen die precies wisten hoe het wél moest. Tijdens een dure training werd mijn website zelfs door een functionaris van de KvK gebruikt als voorbeeld van hoe je het volgens hem níét moest aanpakken. Op sociale media verschenen allerlei deskundige analyses over wat er allemaal mis was. Eén adviseur bleef mij zelfs regelmatig van commentaar voorzien.

Ik heb daar nooit op gereageerd. Niet uit onverschilligheid, maar omdat ik liever mijn energie stak in mijn werk dan in discussies.

Het bijzondere is dat mijn website jarenlang dagelijks duizenden bezoekers trok. In de loop der jaren zijn dat vele miljoenen bezoeken geworden. Het exacte aantal weet ik niet eens meer, maar het waren er zoveel dat ik vooral dankbaar ben dat zoveel mensen de weg naar mijn website hebben gevonden.

Daarmee wil ik niet zeggen dat experts ongelijk hebben. Integendeel, tussen hen zitten uitstekende vakmensen van wie je veel kunt leren. Maar er zijn ook mensen die vooral heel zeker klinken, terwijl hun eigen resultaten bescheiden zijn. Een luid advies is nog geen goed advies.

De moraal van dit verhaal is misschien eenvoudig: sta open voor goede raad, maar blijf ook luisteren naar dat stille stemmetje in jezelf. Ondernemen is niet alleen een kwestie van regels volgen; het is ook durven vertrouwen op je eigen visie.

Laat je daarom nooit ontmoedigen door mensen die vooral roepen hoe het moet. Uiteindelijk zijn het niet de meningen van anderen die bepalen of iets werkt, maar de mensen die je weten te vinden en de waarde die je voor hen hebt.

Soms bewijst de tijd in alle stilte wat geen enkele expert ooit wist te voorspellen…

Nog een prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

 

Blog 21 juli 2026

Jan C. van der Heide

Burgemeester & wethouders gegijzeld door een weggeefkast

Lieve bloglezers,

Hebben jullie het gelezen? Mariëlle uit Krimpen aan de Lek heeft al jaren een weggeefkast in haar tuin. Mensen die het financieel moeilijk hebben kunnen er anoniem een brood, een pak hagelslag, een blik bonen of iets anders uithalen. Een klein gebaar van medemenselijkheid.

Maar... daar heeft de bureaucratie iets op gevonden. De kast staat er namelijk... illegaal.

Niet de honger is het probleem.
Niet de armoede.
Niet de eenzaamheid.

Nee... de kast.

En dus dreigt een boete die kan oplopen tot 10.000 euro. Het is een fascinerende gedachte: iemand die gratis voedsel weggeeft, loopt kans een bedrag te moeten betalen waarmee je een complete supermarkt kunt vullen.

Daar gooi ik meteen een limerick tegenaan:

‘Een ambtenaar in Krimpen aan de Lek
Verdwaalde volledig in 'n blinde regeltjesvlek.
Een kast vol wat brood,
Werd bestuurlijke ademnood...
Burgemeester & wethouders aan de Lek maken ’t echt… te gek…’

Je vraagt je af of er een dijk is doorgebroken, of dat het gezonde verstand ongemerkt is weggespoeld.

Het is een merkwaardige tijd. Een weggeefkast wordt behandeld alsof er een internationaal smokkelnetwerk achter schuilgaat. Straks moeten de potjes appelmoes zich legitimeren en krijgt een pak macaroni een dwangsom wegens illegale aanwezigheid.

Misschien volgt binnenkort wel een speciale gemeentelijke taskforce Weggeefkastbestrijding. Met drones, afzetlint, een mobiel commandocentrum en een persconferentie waarin plechtig wordt verklaard dat de veiligheid van de samenleving weer is hersteld omdat een blik bruine bonen uit de openbare ruimte is verwijderd.

En ondertussen vragen gewone mensen zich af: hebben we werkelijk niets belangrijkers om ons druk over te maken?

Als regels belangrijker worden dan mensen, is het misschien niet de weggeefkast die verkeerd staat, maar het kompas waarmee er wordt gekeken.

Misschien is het mooiste antwoord wel dat heel Krimpen aan de Lek morgen een weggeefkast neerzet. Niet uit baldadigheid, maar als vriendelijke herinnering dat medemenselijkheid zich nu eenmaal niet altijd laat vangen in een formulier met drie handtekeningen en een stempel.

Soms is een brood gewoon een brood. En soms is een weggeefkast een spiegel, waarin niet Mariëlle, maar de bureaucratie zichzelf ziet...

Nog een prettige dag verder…

Jan C. van der Heide

Blog 20 juli 2026

Jan C. van der Heide

Blog - Een gesprek met een dame die alles hoorde... behalve wat ik zei

Regelmatig ga ik op bezoek bij een hoogbejaarde dame. We drinken een kopje thee, eten soms een stukje cake en bespreken de grote en kleine wereldproblemen. Tenminste... dat is de bedoeling.

Mevrouw is namelijk behoorlijk doof, maar een gehoorapparaat? Dat is volgens haar volstrekt overbodig.

‘Ik hoor nog uitstekend’, zegt ze altijd. Dat is ook waar... alleen niet wat een ander zegt.

Laatst begon ik enthousiast: ‘Wat ruikt die appeltaart heerlijk!’

Waarop zij tevreden antwoordde: ‘Ja, mijn moeder deed vroeger ook altijd appeltjes door de zuurkool’.

Ik besloot dat de appeltaart voorlopig maar even appeltaart mocht blijven.

Even later vroeg ik: ‘Hoe lang is het geleden dat uw man is overleden?’

Ze keek me ernstig aan. ‘Ja, mijn man is inderdaad uitgegleden. Op een nat stoepje.’

Ik knikte maar mee. Soms is de waarheid minder belangrijk dan de gezelligheid.

Ik waagde nog één poging. ‘Zal ik nog een kopje thee inschenken, lekker een kopje thee..’.

Ze keek me glimlachend aan. ‘Of ik er wat mee dee? Natuurlijk deed ik er wat mee! Ik heb mijn hele leven hard gewerkt’.

Ondertussen begon ik steeds harder te praten. Zo hard zelfs, dat de buurvrouw drie huizen verder haar ramen dichtdeed en de hond van de overkant spontaan begon mee te blaffen.

Mevrouw keek me licht verontwaardigd aan.

‘Waarom schreeuw je toch zo? Ik ben toch niet doof!’

‘Nee’, zei ik, ‘hopelijk denkt de buurvrouw niet dat we ruzie hebben’.

Ze glimlachte tevreden. ‘Zie je wel... mijn gehoor is nog prima’.

Ik gaf het op. Tegen zoveel overtuiging kun je onmogelijk opboksen.

Ik ben toen maar de mussen gaan tellen die langs het raam vlogen. Die gingen tenminste allemaal dezelfde kant op... al weet ik nog steeds niet zeker of het mussen waren.

En eerlijk gezegd... misschien had mevrouw toch gelijk. Want het mooiste van ons gesprek was niet dat we elkaar begrepen. Maar dat we allebei dachten dat we dat deden…

Een prettige dag nog verder…

Jan C. van der Heide

Blog 19 juli 2026

Jan C. van der Heide

De biljonair en de vogel met een vliegbrevet

Er was eens een dollarbiljonair. Zo rijk dat zijn bank hem elk jaar een kerstkaart stuurde met de tekst: ‘Wilt u alstublieft stoppen met sparen, de kluis zakt door de fundering’.

Hij bezat twaalf villa's, negen jachten, drie privévliegtuigen, een gouden tandenstoker en een butler die nóg een butler had. Als hij een euro op straat zag liggen, bukte hij niet. Daar had hij personeel voor.

Op een doodgewone ochtend zat hij nog wat slaperig op de rand van zijn bed. Beneden perste zijn vrouw liefdevol een sinaasappel uit. Dat was goedkoper dan een nieuwe vrouw laten invliegen.

En toen gebeurde het.

Een vogel, waarschijnlijk de eerste duif ter wereld zonder navigatiesysteem, besloot dat de slaapkamer een uitstekende landingsbaan was. Met de precisie van een dronken straaljager vloog hij dwars door het raam.

PANG!

Duizenden glassplinters vlogen alle kanten op.

De vogel had hooguit een gekrenkt ego.

Maar één glassplinter trof de biljonair op een fatale plek. Binnen enkele ogenblikken was hij overleden.

De vogel keek nog even verbaasd om zich heen, alsof hij dacht: ‘Nou... dat liep ook anders dan gepland’. En vloog vervolgens weer naar buiten. Gratis. Zonder paspoort, zonder douane en zonder een cent luchthavenbelasting te betalen.

Op de begrafenis fluisterde iemand: ‘Hij had alles...’.

Waarop een ander antwoordde: ‘Bijna alles. Dubbel glas had hij blijkbaar niet’.

En ergens achteraan mompelde een oude wijsneus:
‘Zie je wel... geld maakt misschien niet gelukkig, maar enkel glas maakt het soms wel erg spannend’.

De moraal?

Het leven heeft een eigenaardig gevoel voor humor. De dood kijkt niet naar je bankrekening, alleen naar je ademhaling.

Het lot maakt geen onderscheid tussen een biljonair en iemand met een lege portemonnee. De natuur kent geen VIP-lounge, geen gouden toegangspas en geen voorrang voor mensen met een privéjet.

Uiteindelijk verlaten we de wereld allemaal met precies dezelfde handbagage.

Geen mens is rijk genoeg om één seconde extra leven te kopen als zijn tijd gekomen is.

En misschien is dát wel de grootste grap van het bestaan: je kunt een biljoen bezitten... maar geen minuut in eigendom hebben…

Een prettige dag nog verder...

Jan C. van der Heide

Blog 18 juli 2026

Jan C. van der Heide

…de kristallen bol… in gesprek met Jan’s blog

Twee aartsrivalen houden elkaar al jaren in het vizier: de Verenigde Staten en Iran. De taal wordt harder, de standpunten grimmiger en de dreigementen steeds groter. Maar hoe hoog de politieke temperatuur ook oploopt, de rekening valt vrijwel altijd op dezelfde deurmat: die van de gewone burger.

Niet bij de mensen die de besluiten nemen, maar bij de vader die gewoon naar zijn werk wil. Bij de moeder die haar kinderen veilig naar school probeert te brengen. Bij opa en oma die op de kleinkinderen passen. Bij de buurman die een boodschap doet voor een zieke buurvrouw. Mensen die geen oorlog beginnen, maar er wel alles door verliezen.

Misschien is dát wel de wrangste waarheid van oorlog. De mensen die haar verklaren, zijn zelden degenen die haar werkelijk ondergaan. De mensen die haar ondergaan, hebben haar meestal nooit gewild.

Soms bekruipt me een merkwaardige gedachte. Stel dat regeringsleiders hun conflicten alleen nog zélf zouden moeten uitvechten, zonder soldaten, zonder burgers, zonder steden die veranderen in puin. Ik vermoed dat veel oorlogen verrassend kort zouden duren.

Wie een ander de hel toewenst, zet vaak ongemerkt de eerste stap naar zijn eigen morele afgrond. Haat heeft de eigenschap dat zij zelden alleen de tegenstander verteert.

Ach... misschien vergis ik me. Maar één gedachte blijft telkens terugkomen: oorlog kent overwinningen in toespraken, op landkaarten en in geschiedenisboeken, maar zelden aan de keukentafel van een gewoon gezin. Die tafel staat er vaak niet meer. Het huis is veranderd in puin, de straat in een ruïne en de toekomst in een vraagteken. Wie geluk heeft, houdt alleen zijn leven nog over. Alles wat een thuis tot een thuis maakte, is verdwenen.

Uiteindelijk betaalt de man, de vrouw en het kind in de straat de hoogste prijs voor beslissingen die elders zijn genomen. De gewone burger is al eeuwenlang het kind van de rekening. En over de kinderen... daar sterft ieder gelijk. Want zodra een kind de prijs betaalt, heeft de mensheid al verloren…, iedere oorlogstraan van een kind is de laatste nederlaag van de menselijkheid…

Een prettige dag nog verder...

Jan C. van der Heide

Blog 17 juli 2026

Jan C. van der Heide

Storm op komst in Trump-land

Lieve bloglezers,

Donald Trump schijnt thuis even op de reservebank te zitten. Volgens hardnekkige geruchten - afkomstig van iemand die ooit iemand kende die een buurvrouw had - zou Melania de rode kaart hebben getrokken. De aanleiding? In de nieuwe Air Force One was de wc-bril niet teruggebracht in de stand waarin diplomatieke betrekkingen doorgaans het langst standhouden. Toen Melania plaatsnam, voelde zij onmiddellijk... dat internationale incidenten soms verrassend klein kunnen beginnen.

Zijn grote belangstelling voor het Midden-Oosten zou overigens al heel vroeg zijn ontstaan. Als zesjarig jongetje was hij in de zandbak al druk bezig met het verleggen van grenzen. Volgens een nichtje - en familie heeft tenslotte altijd de kleurrijkste herinneringen - begroef hij het liefst andermans speelgoed, om het daarna triomfantelijk weer terug te vinden.

En straks staat hij ongetwijfeld weer pontificaal vooraan bij het WK. Niet alleen om de beker uit te reiken, maar vooral om op zoveel mogelijk foto's te staan alsof hij hem persoonlijk heeft gewonnen. Sommige mensen verzamelen postzegels, anderen verzamelen historische momenten waar ze nét een beetje middenin kunnen staan.

Intussen verrijst bij het Witte Huis een nieuwe balzaal. Een prachtig symbool eigenlijk. Want in de politiek wordt voortdurend gedanst: een stap vooruit, twee opzij, een sierlijke draai en vooral doen alsof de muziek door iemand anders is uitgekozen.

Wonderlijk toch, hoe gebeurtenissen soms een patroon lijken te vormen. Of misschien ziet ons brein gewoon graag verbanden. Dat is uiteindelijk misschien wel de mooiste eigenschap van de mens: zelfs in de grootste satire zoeken we nog naar logica.

Een prettige dag nog verder..,

Jan C. van der Heide

Blog 15 juli 2026

Jan C. van der Heide

Blog – Zomerreces van de macht

Lieve bloglezers,

Vanmorgen had ik weer eens een onderhoud met mijn kristallen bol. Mijn alter ego schoof, zoals gewoonlijk ongevraagd, ook aan. Dat heeft zo zijn voordelen: je hebt altijd iemand die het met je oneens is, zelfs als je alleen bent.

"Waar zullen we het vandaag eens over hebben?" vroeg de bol. "Over de zomerrust," zei ik. "Of beter gezegd: de schijnbare zomerrust."

Het is vakantietijd. Op campings wordt geklaagd over het weer, in de file over de drukte en aan het zwembad over de wifi. Maar ook in de wereld van de politiek lijkt het opeens opvallend stil.

Wie goed luistert, hoort vooral woordvoerders. Persvoorlichters. Adviseurs. Mensen die keurig geformuleerde zinnen uitspreken alsof ze gisteren al zijn goedgekeurd door een commissie die vervolgens weer gecontroleerd is door een andere commissie. Je hoort de tekst, maar je zoekt soms nog naar de mens. In Washington. In Moskou. En op nog veel meer plaatsen waar macht zich graag in maatpakken hult.

Mijn alter ego fluisterde: "Misschien genieten ze gewoon van hun vakantie."

"Dat zou kunnen," zei ik. "Maar macht neemt zelden echt vakantie. Hooguit de microfoon."

De kristallen bol begon zachtjes te glimmen.

"Na het zomerreces," mompelde hij, "wordt het vaak weer interessant. Dan verschuiven standpunten die gisteren nog onwrikbaar leken. Dan blijken zekerheden toch verrassend rekbaar. Dan verschijnen nieuwe plannen, nieuwe gezichten of oude gezichten met een nieuw verhaal."

Ik moest lachen.

Politiek lijkt soms op een toneelstuk waarvan iedereen beweert het einde al te kennen... totdat iemand op het laatste moment besluit een ander script uit zijn binnenzak te halen.

Eén gedachte wil ik toch nog meegeven.

Mensen met veel macht blijven gewoon mensen. Met talenten, tekortkomingen, goede dagen en minder goede dagen. Niemand is onfeilbaar. Niemand wordt automatisch wijzer door een groter bureau, een langere limousine of een indrukwekkender titel.

Juist daarom is het verstandig om macht nooit heilig te verklaren, maar ook niet te demoniseren. Een beetje relativering is vaak gezonder dan blinde bewondering of permanente verontwaardiging.

Mijn alter ego stond op.

"En... wat voorspelt de kristallen bol?"

De bol glimlachte geheimzinnig.

"Dat de zomer voorbijgaat."

"Dat wist ik al," zei ik.

"Precies," antwoordde de bol. "De meeste verrassingen beginnen met iets wat iedereen eigenlijk al wist."

Ach... misschien vergis ik me wel. Dat gebeurt de toekomst wel vaker.

Nog een prettige dag verder...

Jan C. van der Heide

Blog 13 juli 2026

Jan C. van der Heide

De sollicitatie

Lieve bloglezers,

Er schijnt een nieuwe angst rond te zingen.

Steeds minder mensen zouden leiding willen geven, omdat ze bang zijn ooit beschuldigd te worden van grensoverschrijdend gedrag. Ik las het en dacht even dat ik iets verkeerd begrepen had.

Dat is ongeveer hetzelfde als zeggen: "Ik durf geen bakker meer te worden. Straks verkoop ik per ongeluk iedere dag oud brood."

De redenering begint niet aan het goede uiteinde. Misschien moeten we sollicitatiegesprekken juist eenvoudiger maken. Niet beginnen met diploma's, managementervaring, targets en inspirerend leiderschap.

Gewoon één vraag.

"Hoe bent u eigenlijk als mens?"

Dat blijkt verrassend moeilijk te beantwoorden. Daarom zou je de sollicitant vriendelijk kunnen bedanken en zeggen: "Neemt u rustig een week de tijd. Vraag thuis eens hoe men u ervaart. Niet alleen aan uw partner, maar ook aan uw kinderen. Informeer eens bij een paar collega's. Misschien zelfs bij de buren. En als u heel moedig bent: vraag ook iemand die u niet aardig vindt."

Dat laatste levert vaak de interessantste informatie op. Niet omdat zo iemand altijd gelijk heeft. Maar omdat de waarheid soms een hekel heeft aan beleefdheid. Op een apenrots gaat het eigenlijk net zo.

De luidste aap klimt meestal als eerste op de hoogste steen. Hij maakt indrukwekkende geluiden, slaat overtuigd op zijn borst en kijkt alsof de rest van de wereld vooral dankbaar moet zijn dat hij bestaat. Het aardige is dat de andere apen daar zelden applaus voor geven. Ze wachten gewoon tot hij is uitgeraasd.

Misschien zouden mensen dat ook wat vaker mogen doen. Want gezag ontstaat niet doordat iemand harder praat. Ook niet doordat er "directeur", "manager" of "leidinggevende" op een visitekaartje staat. Gezag ontstaat wanneer mensen zich veilig voelen in jouw aanwezigheid. En daar zit misschien wel de hele discussie.

Wie respect als vanzelfsprekend beschouwt, hoeft meestal niet bang te zijn voor beschuldigingen.

Wie macht verwart met een vrijbrief om grenzen te verkennen, heeft waarschijnlijk niet zozeer een probleem met de tijd waarin we leven... ...maar met de spiegel. En spiegels zijn wonderlijke dingen.

Ze geven zelden antwoord. Maar meestal wel gelijk…

Nog een prettige dag verder.

Jan C. van der Heide

&&&&&&&

Blog 12 juli 2026

Jan C. van der Heide

Lieve bloglezers,

Nederland is weer onderweg. De één komt thuis na een lange werkdag. De ander na een bezoek aan de voedselbank of een instantie waar iedere euro drie keer moet worden omgedraaid. Tegelijkertijd vertrekken anderen naar hun vakantieadres. En dat is hun van harte gegund.

Wie met eigen geld, hard werken of een succesvolle onderneming een mooi leven heeft opgebouwd: geniet ervan. Daar is niets mis mee.

Maar er ontstaat een andere werkelijkheid zodra de indruk ontstaat dat luxe - direct of indirect - mede wordt betaald uit gemeenschapsgeld. Dan gaat het niet meer alleen over geld, maar over gevoel. Over vertrouwen.

Een kapitale villa, een jacht aan de steiger, een helikoptervlucht of een regeringsvliegtuig dat ook voor privédoeleinden wordt ingezet... Misschien is alles volgens de regels. Misschien is alles juridisch keurig dichtgetimmerd. Maar regels alleen zijn niet genoeg. De vraag is ook: welk signaal geef je af aan mensen die iedere maand opnieuw moeten puzzelen om de boodschappen te kunnen betalen?

Juist in tijden waarin steeds meer gezinnen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, telt niet alleen wat bestuurders doen, maar ook hoe het eruitziet. Vertrouwen groeit door voorbeeldgedrag. Wie offers vraagt van anderen, doet er verstandig aan die zelf zichtbaar voor te leven.

Ik geloof oprecht dat koning Willem-Alexander en koningin Máxima mensen zijn met een warm hart voor Nederland. Daarom is dit geen aanval op hun persoon. Het is eerder een oproep aan iedereen die hen adviseert. Soms lijkt het alsof er ergens tussen paleis en straat een blinde vlek is ontstaan. Een blinde vlek voor de zorgen van mensen die, ondanks hard werken en belasting betalen, nauwelijks nog rond kunnen komen.

Daarom hierbij een ongevraagd, onbezoldigd advies van een therapeut die al een leven lang naar mensen luistert: wees zuinig met alles wat ook maar de schijn kan wekken dat gemeenschapsgeld een privéleven comfortabeler maakt. Want boosheid ontstaat zelden door één gebeurtenis. Zij groeit langzaam, stap voor stap, wanneer mensen het gevoel krijgen dat er met twee maten wordt gemeten.

En als mijn advies onverhoopt toch nog iets waard blijkt te zijn, stuur de rekening dan niet naar mij. Maak liever een mooie donatie over aan de Voedselbank of aan organisaties die ervoor zorgen dat kinderen in Nederland niet met honger naar bed hoeven.

Voor de rest wens ik iedereen een heerlijke vakantie.

Groeten van Jan, vanaf een eenvoudige boerencamping, in een tweedehandstent van ruim twintig jaar oud. Hij lekt af en toe een beetje, maar daar hebben we gelukkig nog pannen voor. En eerlijk gezegd... ik slaap er uitstekend in.

Jan C. van der Heide

&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&

Blog 11 juli 2026

Jan C. van der Heide

Ik zal de enige wel weer zijn...

Lieve bloglezers,

Er zijn mensen die werkelijk overal van genieten. Ook van het nieuws.

Zo lees je bijvoorbeeld dat een bekende zangeres is bevallen van haar eerste kindje. Een prachtige gebeurtenis, zonder enige twijfel. Voor haar, haar partner, opa, oma, de buurvrouw, de kraamverzorgster en vermoedelijk zelfs de hond. Maar waarom ik dat allemaal moet weten alsof de mensheid zojuist opnieuw is begonnen, ontgaat me volledig.

Even later verschijnt het volgende wereldschokkende bericht: de presentatrice van het immens populaire programma Hupsakee is dolgelukkig. Na een lange wens is het eindelijk gelukt. Inclusief foto's, geboortegewicht, eerste hikje en een deskundige die uitlegt dat baby's tegenwoordig net als vroeger twee armpjes en twee beentjes hebben. Fijn dat iemand dat onderzocht heeft.

En dan slaat het nieuws moeiteloos om.

Een veroordeelde moordenaar is in hongerstaking gegaan omdat de ontbijtkoek niet netjes in plakjes wordt geserveerd.

Dan kijk ik toch even uit het raam.

Niet om frisse lucht te happen, maar om te controleren of de wereld werkelijk dezelfde is als vijf minuten geleden.

Blijkbaar wel.

Ik merk steeds vaker dat ik een lichte allergie ontwikkel voor alles wat vooral bedoeld lijkt om aandacht te trekken. Wasmiddelen die je leven zouden veranderen. Goede doelen die elkaar proberen te overtreffen in dramatische vioolmuziek. Televisieprogramma's waarin iedere zin wordt gevolgd door een brok in de keel, een traan, een close-up en een reclameblok.

Het echte leven is tegenwoordig kennelijk niet ontroerend genoeg meer.

Alles moet groter. Meer emotie. Meer zieligheid. Meer 'kijk mij eens'.

En ondertussen gebeurt er iedere dag van alles wat nauwelijks het nieuws haalt. Een vrijwilliger die al dertig jaar belangeloos klaarstaat. Een buurman die ongemerkt iemand uit de eenzaamheid haalt. Een verpleegkundige die voor de honderdste keer iemand geruststelt zonder dat er een camera naast staat.

Dat zijn voor mij de hoofdrolspelers. Maar die leveren blijkbaar te weinig kijkcijfers op.

Misschien ben ik hopeloos ouderwets. Misschien begrijp ik de moderne media gewoon niet meer. Dat kan natuurlijk ook.

Toch heb ik het gevoel dat nieuws ooit bedoeld was om mensen te informeren.

Tegenwoordig lijkt het soms vooral een eindeloze wedstrijd om onze aandacht zo lang mogelijk gevangen te houden. Met een beetje geluk tussen twee reclames voor wasmiddel, drie BN'ers, een huilende kandidaat en een ontbijtkoek die kennelijk belangrijker is geworden dan gezond verstand.

Maar ach...

Ik zal de enige wel weer zijn…

Jan 

Blog 10 juli 2026

Jan C. van der Heide

Lieve bloglezers,

Sommige cadeaus zijn zo bijzonder dat je er even stil van wordt.

Tijdens de NAVO-top, waar wereldleiders bijeenkwamen om te spreken over vrede, veiligheid en het voorkomen van oorlog, kregen zij een prachtig aandenken mee naar huis: een met hun naam gegraveerde .357 Magnum-revolver, compleet met munitie en de benodigde exportpapieren.

Het zal ongetwijfeld met de beste bedoelingen zijn aangeboden.

Toch heeft symboliek een merkwaardige eigenschap: zij zegt soms meer dan de woorden die eraan voorafgaan.

Stel dat je een goede vriend een vlijmscherp keukenmes cadeau doet. Op zichzelf niets mis mee. Maar als je weet dat hij al jaren een moeizame verhouding heeft met zijn schoonmoeder, dan krijgt dat geschenk ineens een heel eigen verhaal. Niet omdat je iets beweert, maar omdat iedereen de symboliek begrijpt.

Zo is het misschien ook met een revolver.

Natuurlijk zal geen enkele regeringsleider denken: "Mooi, die ga ik meteen gebruiken." Gelukkig niet.

Maar juist daarom blijft de vraag interessant waarom een vuurwapen, tijdens een bijeenkomst over vrede, als passend symbool wordt gezien.

Misschien begrijp ik de hogere diplomatie gewoon niet.

Misschien is een revolver tegenwoordig een vredesduif met een wat steviger metalen uitvoering en heeft de uitgaande kogel zachte vleugels...

Of misschien bewijst dit opnieuw dat mensen vaak prachtige toespraken houden over vrede, terwijl de symbolen soms een heel ander verhaal vertellen.

Ach... ik zal het wel verkeerd zien.

Dat schijnt, zo nu en dan, ook een vorm van gezond verstand te zijn...

Prettige dag verder,

Jan

&&&&&&&&&&

Blog 9 juli 2026

Jan C. van der Heide

Lieve bloglezers,

Bezuinigen begint aan de top. Tenminste… dat zou je denken.

Er lijkt een mogelijkheid te bestaan om de belastingbetaler meer dan honderd miljoen euro te besparen. Corendon en TUI hebben immers aangeboden het huidige regeringstoestel nog jarenlang te exploiteren. Volgens hen kan het toestel technisch nog zeker twintig jaar mee. Een nieuw regeringsvliegtuig zou dan voorlopig niet nodig zijn.

Toch lijkt de voorkeur uit te gaan naar een nieuwe Airbus.

Dat is op zichzelf een politieke keuze. Maar keuzes hebben ook een symbolische betekenis.

Van burgers wordt gevraagd de broekriem aan te halen. Dat begrijpt vrijwel iedereen, want financieel zijn het voor veel mensen geen gemakkelijke tijden. Maar wie zuinigheid predikt, doet er verstandig aan die ook voor iedereen zichtbaar te maken. Vertrouwen ontstaat niet door woorden, maar door voorbeeldgedrag.

Juist daarom zou het een krachtig signaal zijn als het Koninklijk Huis zou zeggen:

"Het huidige regeringstoestel voldoet nog prima. Nederland staat voor grote financiële opgaven. Daarom vinden wij het vanzelfsprekend om zorgvuldig om te gaan met publieke middelen."

Dat zou leiderschap zijn dat niemand hoeft uit te leggen.

En wat die nieuwe Airbus betreft? Koning Willem-Alexander heeft inmiddels zijn vliegbevoegdheid voor dat toestel behaald. Misschien kan het certificaat voorlopig een mooi plekje krijgen aan de muur. Een brevet loopt niet weg.

Wie weet levert dat uiteindelijk meer waardering op dan een splinternieuw vliegtuig.

Want één ding blijft overeind: goed voorbeeldgedrag stijgt hoger op dan welk regeringsvliegtuig ook...

Jan C. van der Heide

 

27 juni 2026

Waarom goede adviezen zo vaak mislukken

Al tientallen jaren zeg ik in mijn praktijk: 'Adviezen zijn er vaak om in de wind te slaan.'

Waarom ik dat zeg? Omdat ik al meer dan 50 jaar mensen begeleid die werkelijk álle goedbedoelde adviezen al hebben gehoord. Van familie, vrienden, collega's, boeken, internet en soms zelfs van volslagen onbekenden.

Als al die adviezen voldoende waren geweest, hadden ze waarschijnlijk niet tegenover mij gezeten.

Betekent dat dat ik nooit een advies geef? Eigenlijk niet.

Ik vertel liever een verhaal. Want een verhaal zet mensen aan het denken, terwijl een advies vaak direct weerstand oproept.

Zo zat er eens een mevrouw tegenover mij. Ze vertelde dat haar man een hardnekkige gewoonte had – eigenlijk een verslaving. Hij rookte ontzettend veel. Ze had hem al honderd keer gevraagd te stoppen. Liefdevol, boos, bezorgd, wanhopig… niets hielp.

De volgende dag kwam haar man bij mij.

Hij ging zitten, glimlachte een beetje en zei:
‘Mijn vrouw heeft me al duizend keer verteld dat ik moet stoppen met roken.’

Ik antwoordde: ‘Dan bent u een geluksvogel.’

Hij keek me verbaasd aan.

‘Hoezo?’

‘De meeste mensen krijgen maar één goed advies. U hebt er al duizend gehad.’

Hij begon te lachen.

‘En...?’ vroeg ik.

‘Ik rook nog steeds.’

‘Precies,’ zei ik. ‘Kennelijk zit het probleem niet in het aantal adviezen.’

En toen besloot ik iets heel onverwachts te doen.

Ik zei: ‘Stel dat u morgen om twaalf uur naar de hemel vertrekt. Welk merk sigaretten zou u dan vandaag nog achter elkaar willen oproken voordat u op reis gaat?’

Hij keek me aan alsof ik zojuist van een andere planeet was geland.

Hij begon wat schaapachtig te lachen. Ik zag aan zijn ogen dat de vraag hem volledig verraste. Niet omdat hij zo moeilijk was, maar omdat hij er geen logisch antwoord op kon geven.

Twee weken later belde zijn vrouw. ‘Jan,’ zei ze, ‘hij is dezelfde dag nog gestopt met roken.’

Waarom?

Omdat verandering zelden begint met een goed advies. Verandering begint op het moment dat iemand zichzelf een vraag stelt waar hij niet meer omheen kan.

Dat is misschien wel de grootste les die ik in ruim vijftig jaar praktijk heb geleerd.

De beste adviezen glijden vaak van mensen af als regendruppels van een paraplu. Maar een onverwachte vraag kan soms precies de deur openen die jarenlang op slot zat...

Tot de volgende keer.

Jan C. van der Heide

Welkom in mijn blog.

Af en toe kruipt het schrijfbeest(je) weer in mij en verschijnen er verhalen, mijmeringen, observaties en gedachten over alles wat het leven zo boeiend maakt. Soms zijn dat onderwerpen die me al jaren bezighouden, soms zijn het invallen die zomaar uit de lucht lijken te vallen. En eerlijk is eerlijk... er zitten ook weleens ideeën tussen waarvan je denkt: Jan, hoe kom je daar nou weer op? Dat mag. Sterker nog, dat vind ik juist leuk.

Ik schrijf vanuit de verschillende petten die ik in mijn leven heb gedragen. Als mens, therapeut, auteur, paragnost, muzikant, radiomaker, nieuwsgierige denker, eigenwijs buitenbeentje of welke pet iemand mij ook maar wil opzetten. Elke pet kijkt weer nét iets anders naar dezelfde werkelijkheid. En juist dat maakt het leven zo interessant.

Verwacht daarom geen kant-en-klare waarheden. Wel nieuwe invalshoeken, een vleugje humor, wat relativering, een beetje filosofie en af en toe een gedachte die misschien even blijft hangen. Je hoeft het lang niet altijd met me eens te zijn. Integendeel. Verschillende meningen maken een gesprek juist levendig.

Eén ding probeer ik wel altijd vast te houden: openheid. De dingen bij de naam noemen, zonder mensen te kwetsen. Duidelijk zijn, maar vriendelijk. Kritisch zijn, maar humaan. Een mening hebben, zonder iemand af te breken.

Vroeger stond er weleens op een schutting: "Alleen gekken en dwazen schrijven op muren en glazen." Ik zou daaraan willen toevoegen: schrijf liever iets waardoor iemand gaat glimlachen of nadenken. Daar wordt de wereld mooier van.

Ik geloof in een eenvoudige regel die nooit uit de tijd raakt: behandel een ander zoals je zelf graag behandeld wilt worden. Dat lukt niet altijd, maar het blijft een prachtig streven.

En nog iets waar ik in geloof: een mens moet bijna alles kunnen zeggen... maar je hoeft niet alles te zeggen. Soms is een vriendelijk woord krachtiger dan een scherpe opmerking. Soms wint zachtheid het van gelijk krijgen.

Voel je welkom in mijn wereld van verhalen, verwondering, humor, psychologie, spiritualiteit, muziek en af en toe een gezonde dosis onzin. Als een blog je laat glimlachen, aan het denken zet of je dag nét een beetje mooier maakt, dan is mijn missie geslaagd.